Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. Twaalf talenten (eigenschappen, dienaren) wonen in mij om mij compleet te maken. En alle twaalf hebben ze tijd en aandacht nodig van de Koningin, zodat het leven van de Koningin in balans is en zodat alle talenten de kans krijgen om datgene te doen waar ze goed in zijn.

Oh, sorry, ik heb er 13. Ik weet niet meer hoe dat kwam, maar ik heb gewoon een extra talent nodig om ten volle te functioneren. Behoorlijk ingewikkeld, dat innerlijke koninkrijk. Vol tegenstrijdigheden, lijkt het. Maar voor mij niet, voor mij klopt het zo precies. Maar zoals ik al zei: ze hebben allemaal tijd en aandacht nodig. En omdat de Schrijfster in mij zo aandrong begon ik een blog-pagina, met fijne schrijfsels en verslagen van die interne gesprekken. En op een dag hield dat op. Met een reden.

Ik schreef wel, maar aan toneelstukken en een monoloog, ongeschikt voor de pagina. (Hoewel ik nu denk: misschien ook wel leuk om stukjes te laten lezen, maar dat is dan weer een ander projectje). Ik werd ook ziek. Zieker dan ik zelf begreep, alhoewel het niet levensbedreigend was. Toen ik, na 3 maanden, enigszins hersteld was, ging ik repeteren voor een grote Kerstproductie van DeDDDD. En daarbij moest ik nog 15 kilo zien af te vallen. Dat kostte allebei tijd en energie! Maar in maart was ik op gewicht en toen kwam de strijd om dat zo te houden (daar zit ik dus nog middenin…). In mei schreef ik nog maar even 2 korte toneelstukken en raakte daarna in een nieuw soort impasse. Hoe nu verder?

Ik legde een Tarot voor mezelf. Altijd handig als je zelf heus de antwoorden wel weet, maar een excuus zoekt om het toch anders te doen. Deze keer had ik als uitkomst “de Gehangene”. Wat een fijne kaart! Het was tijd om ondersteboven naar de wereld te kijken. Om eventueel te ontdekken dat alles er vanaf die kant heel anders uitziet. Het was ook tijd om stil te hangen, even niet te rennen en vliegen en doorgaan. Ik ging maar weer mediteren, dat deed ik vroeger elke ochtend 10 minuten – waarom was ik daar ooit mee gestopt? Die stilstand, dat vastzitten, is het begin van een inzicht. Wellicht moeten er gewoonten of zienswijzen veranderen, misschien moet iets wat overbodig is geworden of zich niet verder kan ontwikkelen gewoon worden weggegooid. Ik heb me voorgenomen dat ik blijf hangen, tot het inzicht er is.

En dan begin ik weer van voren af aan, dan zal ik alle 13 dienaren/talenten aan het woord laten, zelfs als ze hier al hun zegje (check alle interne gesprekken) hebben mogen doen. Ik hoop dat jullie met me mee lezen.

Advertenties

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk.

Het wordt hoog tijd om mijn kroontje op te zetten, weer op de troon te gaan zitten en orde op zaken te stellen. Klaar nu met apatisch voor de tv hangen en eindeloos sudoku’s oplossen. Vanaf vandaag de hele hofhouding aan ’t werk zetten. Meneer de Procrastinateur laten verdwijnen, kom op Amazone, kun je best. Juffrouw Gebrek-aan-Eigenwaarde: wegwezen. Mevrouw Harde Zelfkritiek: kom een andere keer maar terug. En Mannetje Schuldgevoel….

Dat soort saboterende types zijn deformaties van een innerlijk personage dat het niet zo naar de zin heeft. Mijn Mannetje Schuldgevoel is een boze en ongelukkige Filosoof.

Fi-lo-soof.

Ik kan er niks aan doen, maar telkens als ik, als Koningin, zeg dat er een Filosoof in mij zit, hoor ik de Nar schamper lachen. “Zoooooo….. een Filosoof… ja hoor, wat jij wil….” Arrogant en aanmatigend vind ik het. En dan denk ik dat anderen dat ook vinden. En nog erger: ik vind het opeens heel belangrijk wat anderen er van vinden. Niet bepaald zoals een innerlijke Filosoof zou moeten denken.

Ik heb heel lang ontkend dat er een Filosoof in mij zat: zo’n figuur in mijn dienst vond ik aanstellerij en interessanterigdoenerij. Iets voor mensen die niet volwassen zijn geworden, zoals pubers roepen: Kijk mij eens bijzonder zijn! Bovendien wist ik allang dat slimme meisjes niet erg populair zijn: niet op school, niet bij de jongens, niet bij collega’s en bazen, niet in de kroeg en niet bij de mannen die ik vroeger ‘spannend’ vond. Dus zo’n Filosoof wegdrukken in mijn contact met de buitenwereld was een praktische oplossing en dat deed ik jarenlang. Maar uiteindelijk heb ik geaccepteerd dat ik ook andere dingen kan dan op mijn hoge hakken in een showballet dansen: ik kan Denken.

Begrijp me niet verkeerd, ik geloof niet dat ik de grote levensvragen kan beantwoorden. Ik vergelijk mezelf niet met Nietsche of Plato of de Dalai Lama.Mijn Filosoof werkt uitsluitend in mijn innerlijke koninkrijk: logisch nadenken, vragen stellen, afwegingen maken, conclusies trekken, een mening vormen. Samenwerken met de Sjamaan en de Tempelpriesteres, want hij is wel spiritueel -echter met nadruk op de ratio. Dus als Mannetje Schuldgevoel steeds groter lijkt te worden, wordt er niet meer helder nagedacht. Dat is funest voor mijn koninkrijk, want dat heeft invloed op mijn hele hofhouding, er loopt van alles in de soep. Hoe raak ik dat ventje kwijt?

Ik kan, als Koningin, in therapie gaan. “Wat is uw therapie-vraag, Mevrouw?” “Mijn Mannetje Schuldgevoel moet weg”…. Dat wordt een heel lang intake gesprek, vrees ik.

Ik kan ook bij mezelf te rade gaan. Waar voelde ik me ook al weer schuldig over? Oh ja, omdat ik mijn pols brak. Het was een ongelukje, ik ben gevallen, ik had geen alcohol of drugs gebruikt en ik deed iets wat ik eerder al zonder te vallen gedaan had. Moet ik me daar schuldig over voelen? Nee, niet omdat ik viel, dat was domme pech. Moet ik me schuldig voelen over mijn ambitie? Omdat ik viel tijdens een repetitie? Omdat ik zo graag wilde meedoen aan een theatervoorstelling? Er zijn vast mensen die dat een belachelijk en overdreven idee vinden – maar die mensen ken ik niet. Mijn vrienden weten dat in mijn Koninkrijk een Performer / Toneelspeler / ex-Danseres woont en die moet z’n werk kunnen doen. En trouwens, op mijn leeftijd nog steeds ambities hebben, is alleen maar gezond.

(Mannetje Schuldgevoel wordt al kleiner)

Door die gebroken pols werd ik afhankelijk. Ik, de Koningin, durf heus wel hulp te vragen. Maar ik voel me toch schuldig als ik het idee heb dat ik anderen lastig val. Ah, daar hebben we een puntje. Als iemand anders mij niets durft te vragen of bang is mij tot last te zijn, zeg ik altijd: “dat maak ik zelf wel uit of het me stoort, of lastig is, of ik het vervelend vind of het niet aankan…. jij hoeft niet voor mij te denken, jij hoeft mijn gevoelens niet in te vullen..” Mooie woorden die ik maar eens op mezelf moet toepassen. Ik, de Koningin, hoef niet te bedenken wat anderen misschien zouden kunnen voelen, denken, oordelen. Die anderen kunnen me dat zelf vertellen.

Kijk mijn innerlijke Filosoof eens lekker op dreef zijn! Logisch nadenken, vragen stellen, afwegingen maken, conclusies trekken, een mening vormen. Niet groots en van wereldniveau, maar noodzakelijk voor mijn innerlijke koninkrijk.

Hoewel de eeuwige “waarom”vraag natuurlijk nog wel bestaat. Een paar ‘redenen’ van mijn ongelukje kan ik wel wegstrepen. Ik geloof bijvoorbeeld niet dat ik ergens voor gestraft ben en ook niet dat me iets vreselijks zou zijn overkomen als ik wel het toneel op was gegaan. Ik was niet overspannen of ziek, zodat ik gedwongen rust nodig had. Ik dacht niet dat ik als De Gehangene nog langer ondersteboven de wereld moest beschouwen. Misschien was die valpartij bedoeld om te beseffen dat we elkaar voortdurend op een of andere manier nodig hebben. Misschien moet ik het zien als een lesje over kwetsbaarheid. Of over ongelukjes en kleine hoekjes. En misschien heeft het helemaal geen reden en moet ik me realiseren dat het leven niet altijd volgens planning verloopt.

Overigens had ik het schrijven van dit stukje nodig om mezelf te laten zien dat die Filosoof prima werk aflevert. Want ik heb af en toe last van Grootheidsschroom en ik zou wat meer in mezelf moeten geloven….

Dus….

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. Mijn hofhouding bestaat uit 13 onderdanen en één daarvan is de Filosoof.

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk.

Oh ja, is dat zo?

Alle personages die in mij wonen hebben daar op dit moment zo hun twijfels over. De Koningin weet namelijk even niet meer wat ze doen moet en er komt weinig hulp van binnenuit. De Schrijfster en de Vertelster zijn met grote moeite en lichte tegenzin vandaag aan het toetsenbordje gaan zitten om dit stukje in elkaar te zetten. De Kok loopt de hele dag te huilen omdat hij niet zo kan koken zoals hij eigenlijk zou willen. De Zigeunerin is woedend omdat ze zich gevangen voelt. De Nar kan er niet meer om lachen. De Amazone lijkt wel permanent getransformeerd in Meneer de Procrastinateur, Juffrouw Gebrek-aan-Eigenwaarde heeft weer de plaats in genomen van de Geliefde en de Sjamaan zit met de Tempelpriesteres te wachten tot dit alles weer over gaat. De Magiër lijkt elke vorm van toverkracht en creativiteit kwijt te zijn, de Schatbewaarder heeft niets te bewaren en Mannetje Schuldgevoel wijst met veel gevoel voor drama de schuldige aan van deze ongemakkelijke situatie: de Toneelspeler! Het is allemaal de schuld van mijn innerlijke Toneelspeler! Die heeft ’t gedaan! En dat Mannetje Schuldgevoel probeert verdorie op de troon te klimmen, om het nog wat erger te maken. Wat een chaos in mijn Koninkrijk!

Kijk, het zit zo: de Toneelspeler wil het toneel op, dat is zijn werk aan ’t hof dus dat moet-ie vooral doen. Er ligt al een paar jaar een mooie kans om mee te werken aan een grote Theatervoorstelling die met de Kerstdagen gespeeld wordt. De afgelopen 4 jaar liet ik daarom mijn Lief 3 maanden lang alle weekenden alleen met een vriezer vol bakjes en in december hing ik een 5jaar oude Kerstkrans aan de buitendeur, voor de Kerstsfeer. Vlak voor Oudjaar was ik weer thuis met mijn autootje afgeladen vol vuile was en een beetje verlepte première-boeketten. En de Toneelspeler en de Koningin hadden een heerlijke tijd gehad.

Twee jaar geleden speelden we een geniale dansvoorstelling “Alice in Winterwonderland” waarbij choreograaf Thom Stuart de verhalen van Lewis Caroll over Alice vermengde met de zwart-witte absurde geometrische wereld van Esscher, op speciaal hiervoor gearrangeerde Tsaikovski-melodieën die dan ook nog live gespeeld werden door het Residentie Orkest gedirigeerd door de 82jarige grootmeester Carl Davis. (“Wat een idioot lange zin” verzucht de Vertelster. “Maar ’t klopt wel” zegt de Schrijfster.)
Een geweldige theaterbelevenis dus.
En ik mocht meedoen. Ik zoefde over het toneel met mijn bizarre pruik op en in een waanzinnige jurk. Ja, zoefde. Want onder die jurk stond ik op een hoverboard. En het ging fantastisch! Ik reed niet de orkestbak in en de kunstsneeuw kwam niet tussen mijn wielen. Alles ging perfekt.
Gingen we dit jaar weer doen! Nee, niks leeftijdsgrens. Gewoon doen, het is 2 jaar geleden ook gelukt dus waarom nu niet?

Bij de 2e repetitie viel ik er af, achterover, net niet met m’n kop tegen de piano. Ik brak mijn pols en kneusde mijn heiligbeen. En zorgde voor algehele hilariteit bij de Spoedeisende Hulp, toen ze mijn leeftijd combineerden met een hoverboard-ongeval.

En nu zit ik dus thuis. Eerst suf van de pijnstillers. Ik kon me slecht concentreren, dus van lekker lezen kwam niet veel. Maar nu de pijn minder is, blijk ik ook niet rustig met een boek te kunnen zitten: ik ben ongeduldig en ontredderd. Letterlijk onthand. Ik heb bij allerlei gewone dingen hulp nodig: douchen, aankleden, boodschappen doen, een boterham smeren, een blikje openmaken, de was vouwen…. Mijn rechterarm zit in het gips, ik typ nu moeizaam met 1 vinger van mijn linkerhand… kan niet auto-rijden…. ik ben mijn vrijheid en mijn zelfstandigheid kwijt.

Vandaar de rommel in mijn Koninkrijk. Gefrustreerd vanwege mijn afhankelijkheid. Teleurgesteld omdat ik uiteraard niet aan deze voorstelling mee kan doen. Verveeld, omdat ik niet weet wat ik nu eens zal gaan doen, want wat kan ik dan wel? En ik voel me schuldig omdat ik mezelf in deze situatie heb gebracht. (Was ik onvoorzichtig tijdens de repetitie, nam ik onnodig risico? Is ’t allemaal egotripperij, dat verlangen om te performen? Mag ik dat nog willen?) Ik voel me schuldig omdat ik mijn Lief van z’n werk hou en hem heb veroordeeld tot Mantelzorger. Ik voel me schuldig omdat ik me laat verleiden tot het eten van zogenaamd troostvoer, wat me weer dikker maakt en ongelukkig en wat dus helemaal niet troost. En ik ben schuldig aan het in de steek laten van een voorstelling, voor het eerst in mijn hele performers-carrière…

Mannetje Schuldgevoel. Wat een hinderlijk ventje.

Ik, de Koningin, los dat ook niet in een handomdraai op. (“Dat kan niet hoor, zulke flauwe woordgrappen” mompelt de Vertelster. “Ach, voor ’n keertje” zegt de Schrijfster vergoelijkend.) Om van dat Mannetje af te komen, moet ik namelijk beginnen met helder nadenken. En dat gaat niet zo goed als je hersens vertroebeld worden door frustratie en boosheid en oneigenlijke argumenten.

Gelukkig is er voor de rol van de Hertogin in Alice in Winterwonderland een geweldige vervanging gevonden, dat scheelt wel in het schuldgevoel. En over niet al te lange tijd gaat het gips er af en ben ik weer van plan om van alles te gaan doen. Tot het zover is moet ik maar berusten in mijn lot en het als een wijze levensles proberen te aanvaarden.

PS. Ga het zien, die voorstelling! Ga het zien!

http://www.ddddd.nu/dansvoorstelling/alice-in-winterwonderland/

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. Ik hou van de harmonie die tegenwoordig in mijn rijk heerst, de rust, de balans. Zo was het natuurlijk niet altijd, ik heb ook zeer verwarrende periodes gekend!

Ze zeggen dat mensen op drie manieren kunnen reageren op ernstige stress: vechten, verlammen of vluchten. Hoewel ik soms wel kon vechten in grote woede, was ik, in tijden van oorlog en chaos in mijn binnenste, vooral goed in vluchten. Als kind al leefde ik in dromen en fantasie waardoor ik mijn ziekelijke moeder en mijn tirannieke vader beter kon hanteren. Ik vluchtte letterlijk op mijn 18de het ouderlijk huis uit. Ook later bleek dat ik regelmatig van moeilijkheden wegliep: om aan eenzaamheid te ontsnappen begon ik een relatie en als dat niet verliep zoals ik me gedroomd had, stapte ik weer eens op. Ik voelde me een Zwerver, altijd met een knapzakje klaar naar een ander baantje of een nieuw huis en vooral om weg te lopen van een Man. Aan dat zwerven kwam pas een eind toen ik besefte dat ik al thuis was. Thuis, in mijn eigen koninkrijk, helemaal vrij om te kiezen waar ik wil zijn en wat ik wil doen en met wie ik me verbonden wil voelen.

Ik hield die Zwerver eerst nog een beetje in de buurt, voor ’t geval we toch weer op pad moesten, maar hij lag jarenlang te slapen onder de oude appelboom. Dus op een dag besloot ik dat ik klaar was met zwerven en dat ik die Zwerver met dank aan bewezen diensten uit mijn koninkrijk kon verbannen.

Toch bleef er een vreemde lege plek in mijn koninkrijk. Een plaats voor iemand die vrijheidslievend is, met een omgeving die ze ‘thuis’ noemt, die persoonlijke ambities heeft en vooral een liefdevol hart. Je eigen onafhankelijke authentieke zelf is nog helemaal niet zo eenvoudig in een personage te laten vertegenwoordigen…. Maar omdat in de VS dansers in shows en musicals Gypsies worden genoemd – ze trekken immers van show naar show, steeds andere theaters, regisseurs en choreografen – kon ik een keuze maken.

De Zigeunerin.

Dat was een innerlijk feest toen ik haar vond! Kom maar voor mij werken, riep ik, de Koningin, blij. Jij bent precies wat ik zoek! Jij bent immers altijd thuis, waar je ook bent!

“Jazeker” zei de Zigeunerin. “Ik heb mijn eigen woonwagen bij me, ik ben altijd bij mezelf. Ik kan dansen op blote voeten op het strand of in een balletstudio. Ik ben soms een beetje hyper van alle opwinding en te veel wijn, maar ik heb ook tijd om stil in het kampvuur te staren. Oh ja, af en toe verlang ik naar de Gypsy-tijden. Dan jut ik de Performer op om iets in het theater te gaan doen! Ik reis trouwens graag heen en weer tussen de grote stad en platteland, want ik wil het allebei! Ik voel me thuis in dat kleine flatje en de drukte, tussen de winkels, de vrienden, de markt en de theaters. En ik voel me thuis in dat ruime huis en de rust, tussen de maisvelden en de schapenweitjes, met de honden en De Man. Ik hou van lunches in volle restaurantjes en brunches met een klein gezelschap in de tuin. Ik zit graag op de bank met de hond op schoot en soms zit ik met vrienden in een kroeg. Ik wil vrij zijn om mijn eigen keuzes te maken! Nu ben ik hier! Nu zie ik dat als werk. Nu leef ik met deze Man.”

Waar was je al die tijd, Zigeunerin? Waarom duurde het zo lang voordat je bij me kwam? “Oh, dat is volkomen duidelijk voor mij” zegt de Zigeunerin. “Voor alles is een tijd en een plaats. Zwerven was vroeger een overlevingsstrategie, u kon niet anders. Ik, de Zigeunerin, kon pas toetreden tot het koninkrijk nadat u, Majesteit, besloot om met pensioen te gaan. U was moe van het vechten tegen onderwaardering en u had lang genoeg verlamd in die verkeerde situatie gezeten, het was tijd om te vluchten. Het werd de laatste actie van de Zwerver.”

Ach ja. Ik dacht vroeger dat discipline, orde en regelmaat mijn leven in balans zou houden en dat al die keuzevrijheid en onafhankelijke authenticiteit chaos en oorlog in mijn hoofd zou veroorzaken. Jarenlang streefde en verlangde ik, als Koningin, tevergeefs naar harmonie met mezelf en vrede in mijn koninkrijk.

 

Dat heb ik bereikt sinds ik de Zigeunerin haar werk laat doen.

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. Voortdurend in de weer met 1 van mijn 13 onderdanen. In de keuken met de Kok, in een winkel met de Schatbewaarder, achter de computer met de Schrijfster, in de tuin met de Sjamaan…. maar ja, ik moet ook wel eens wat doen waar ik geen Talent voor heb: mijn bureau opruimen, een abonnement opzeggen of het fornuis poetsen bijvoorbeeld. En dan komt Meneer De Procrastinateur op bezoek.

De Wie?

De Procrastinateur. Prachtig Frans woord, maar heel goed in het Nederlands te gebruiken.

Meneer de Uitsteller dus. Vroeger kwam hij altijd als ik 15 stageverslagen moest lezen en van feedback moest voorzien (goh, wat een rommeltje in die kast, eerst even alles netjes recht zetten). En als ik iemand moest opbellen (dat doe ik straks wel). Mijn Geliefde probeerde me vroeger kleine management-trucjes te leren, zoals: alle post mag maar 1x door je handen, dus iets mee doen of meteen opbergen. (Ik had een bakje ingekomen-post, een bakje post-gezien, een bakje post-nog-opbergen, een bakje post-nog-iets-mee-doen…) Mijn huidige Lief adviseert me ook om alles onmiddellijk op te ruimen, scheelt heel veel tijd, zegt hij. Is allemaal waar, maar ja, Meneer De Procrastinateur is op bezoek.

Mijn vriendinnen kennen ‘m ook. Niet alleen van mij, hij komt ook langs bij hen. Slimme meiden zijn het, allemaal, echt waar. Met stevige carrières en goede banen enzo. “Ik werk beter onder tijdsdruk,” zeggen ze dan. Of: “Een deadline houdt me scherp en ik werk dan efficiënter.” Die uitvluchten heb ik niet eens, ik ben met pensioen en ik werk trouwens helemaal niet goed onder druk. Nee, ik weet dat ik er nù absoluut geen zin in heb. Ik ga gewoon iets anders doen, met Meneer De Procrastinateur. Ik ga lekker koken als ik geacht wordt te schrijven en ik ga heerlijk schrijven als ik eigenlijk moet poetsen en het is hoog tijd om te poetsen als ik mijn belastingpapieren bij elkaar moet zoeken… enzovoort. Maar zoals ik heb onderzocht van welk Talent Juffrouw Gebrek-aan-Eigenwaarde een deformatie is/was, zo kan ik ook uitzoeken wie zo ongelukkig is in mijn koninkrijk dat er een Meneer De Procrastinateur kan ontstaan.

Om dat te ontdekken kan ik het beste iedereen oproepen voor een algemene vergadering en kijken hoe ze er bij zitten. Daar zijn ze hoor, mijn onderdanen. De Sjamaan zit bij de honden, de Nar is de Schrijfster aan ‘t plagen, de Schatbewaarder, de Magiër, de Geliefde en de TempelPriesteres zitten te klaverjassen, de Kok bladert in een kookboek, de Zigeunerin werkt haar agenda bij, de Vertelster legt iets uit aan de Toneelspeler, de Filosoof …. hee, ik had er toch 13? Wie mis ik nou?

De Amazone.

Het is me onmiddellijk duidelijk dat Meneer De Procrastinateur een deformatie moet zijn van de Amazone. Maar, lieve Amazone, wat is er aan de hand? Ben je boos, ongelukkig of verdrietig? En wat kan ik, de Koningin, doen om je blij en gelukkig te maken?

“Om te beginnen, Majesteit, ben ik je ‘lieve’ niet” zegt de Amazone. “Ik ben mooi en sterk en strijdbaar. Niks ‘lief’. Ik ben een vechter. Ik ben voor niemand en niks bang. Als ik schiet, tref ik altijd doel. Dat heeft alles met assertiviteit te maken en niets met lief en meegaand….”

Ho even!

‘Lief’ is niet hetzelfde als ‘meegaand’, dat hebben we al lang geleden vastgesteld. Ik had ooit een Verzoener in dienst, die in mijn geval niet anderen met elkaar kon verzoenen – wat een prachtig talent zou zijn geweest – maar die mij, de Koningin, verzoende met allerlei onaangename situaties. Die liet me aanpassen en de zaken goedpraten en tegen mezelf zeggen dat het allemaal best meeviel, terwijl dat absoluut niet geval was. Dat meegaande kindvrouwtje en de Verzoener zijn al jaren verbannen uit mijn koninkrijk. Mijn cadeaudochter heeft ooit opgemerkt: “Pappa boft maar met jou, jij vindt alles goed” en toen moesten we toch echt even een goed gesprek voeren! Ik ben lief, vriendelijk en zorgzaam, ik maak me niet druk over kleine onbenulligheden en laat mijn Lief zijn wie hij is, maar ik vind niet ‘alles’ goed. Ik heb duidelijke grenzen en die worden streng bewaakt en zonodig met geweld verdedigd. Door jou, mijn fiere Amazone.

“Grenzen bewaken? Dat is mijn werk?” De Amazone lijkt verbaasd. “Ik dacht… ik dacht dat ik moest vechten tegen onrecht. Mijn Koningin verdedigen. Strijden om iets te bereiken. Dat soort dingen.” Ja, ook. Als ’t nodig is. Er waren tijden dat ik bekend stond om mijn woedende aanvallen waarbij de stoom uit mijn oren kwam, als ik dacht dat dingen anders geregeld moesten worden. We hebben vroeger gestreden voor studenten en lesprogramma’s, voor erkenning en succes, voor het hebben van een kamer voor mezelf, voor een rol in een film en plek in een tv-ballet. We hebben ons verdedigd tegen roddel en achterklap en tegen foute mannen. We zijn samen het gevecht aangegaan tegen suikerverslaving en overgewicht en kijk eens waar we nu zijn! Wat een verschil! We hebben moedig gevochten tegen nicotineverslaving, tegen burn-out, tegen eenzaamheid en tegen grootheidsschroom. Allemaal gedaan. Soms duurde het even, omdat we de strijd wilden uitstellen, maar uiteindelijk zijn we klaar nu. Er heerst vrede in mijn koninkrijk.

En bovendien is een Amazone geen Rambo, die met een machinegeweer te keer gaat in de hoop dat een van die kogels de slechterikken zal raken en intussen hele bloemperken vernielt en een onschuldige voorbijganger ook nog effe neermaait. Een Amazone kiest haar doel, richt kalm en beheerst en laat die pijl pas gaan als ze zeker weet dat ze raak kan schieten. Buitengewoon efficiënte methode met weinig slachtoffers. En heel erg geschikt voor Grensbewaking. Daarom heb ik je nodig, Amazone. Het is niet zo spectaculair maar ik kan niet zonder je! Want we moeten altijd op onze hoede zijn voor indringers en energie-zuigers. En vooral ontoelaatbaar gedrag zullen we moeten bestrijden. Niet alleen van anderen maar ook van een van mijn eigen onderdanen en zelfs van mij, je Koningin. Onverbiddelijk neerschieten!

De Amazone knikt. “Dus als u naar die zak chips grijpt…” Verzin maar iets om me te weerhouden! Laat me die foto zien, waar ik 14 kilo zwaarder ben! En niet uitstellen, je moet zeker vechten voor een goede zaak binnen het koninkrijk!

     

“En wat doen we met Meneer De Procrastinateur?” vraagt ze. “Als hij een vorm van mij is, kan ik hem niet echt neerschieten, dan verwond ik mezelf…” Ja, ik begrijp dat de ontdekking dat hij een deformatie van de Amazone is, niet onmiddellijk de oplossing biedt waardoor hij voor altijd zal verdwijnen. Hij is tegengesteld aan moedig vechten en hij zal ongetwijfeld af en toe weer op bezoek komen. Maar de Amazone en ik weten nu wel hoe we hem moeten bestrijden: gewoon even een innerlijk knokpartijtje.

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. Er zijn er echter momenten dat ik toegesproken word door één van mijn onderdanen alsof ik een gewone vrouw ben. Niks Majesteit: mijn dienaar is ontstemd! Het is aan mij, de Koningin om te bepalen of die onderdaan te kort gedaan is en wat we er dan aan moeten doen.

“Dit kan zo niet langer” hoorde ik. Omdat ik net voorovergebogen in een bak met onduidelijke keukenspulletjes stond te grabbelen, kwam ik met ruk overeind en gooide daarbij 3 kopjes van de plank. Kapot, natuurlijk. Ik zakte door m’n knieën om de scherven op te rapen. “Laat maar” zei de jonge vrouw die aan kwam lopen met stoffer en blik. “Sorry..” zei ik verlegen, “Ik zal ze vergoeden.” “Dat is aardig van u, maar ’t hoeft niet, hoor. We breken allemaal wel eens wat.” Ze veegde de scherven efficiënt bij elkaar en liep zingend weg: “Heb je even voor mij…” Radio 538 schalde opgewekt door de winkelruimte.

Die middag liep de Verzamelaar blij in de kringloopwinkel rond en probeerde mijn andere innerlijke personages over te halen tot het aanschaffen van een idioot handtasje (kan de Toneelspeler vast wel gebruiken, ooit), een grappig beeldje van een dik engeltje (leuk om cadeau te doen, een zelfportret, hè Nar?) een lelijk vitrinekastje (daar kunnen best veren in, Sjamaan) en een handig radertje om mooie randjes te maken aan dichtgevouwen pasteitjes – die de Kok nooit maakt – en toen zei een stem in mij: “Dit kan zo niet langer.”

De Schatbewaarder.

Ik was me niet zo bewust van een Schatbewaarder in mijn koninkrijk, omdat de Verzamelaar in mezelf zo’n niet-te-stuiten drang tot verzamelen heeft. Als kind verzamelde ik al monstertjes van de drogist en poëzieplaatjes. Na de Sissi-plaatjes-periode (als 8 jarige) begon ik op mijn tiende aan klassiek-ballet-plaatjes en toen ik op mijn 18e het ouderlijk huis verliet, liet ik een fantastische collectie foto’s en artikelen over de film West Side Story achter. Tegenwoordig heeft de Verzamelaar zich gestort op kookboeken en keukenspullen voor de Kok, symbolen voor de Sjamaan, prachtige opschrijfboekjes voor de Schrijfster en verder komt er een eindeloze stroom aan bijzondere doosjes, nog bruikbare pakpapiertjes, dvd’s en boeken, nieuwe en oude serviezen, lingerie, rood glaswerk, kerstversieringen, rozen en rozendingen, lege jampotten, schoenen en handtassen mijn huis binnen. Die Schatbewaarder zit duidelijk af en toe te slapen, of ze heeft geen zin om innerlijk ruzie te maken.

Maar de Schatbewaarder weet precies wat naar de vuilcontainer kan. Dus kwam ze even haar stem laten horen, terwijl de Verzamelaar mijn boodschappenmandje vulde met dingetjes waar ik als Koningin nu beschaamd naar keek. “Doe maar niet,” zei de Schatbewaarder, “laat maar hier. En neem de volgende keer een doos vol overbodigheid van thuis mee, die je in de winkel kunt achterlaten. De Verzamelaar sputterde nog een beetje tegen. “Ik kan het toch gewoon bij de andere dingen zetten. Het eet toch geen brood,” zei ze verongelijkt.

“Majesteit! Doe hier iets aan!” roept de Schatbewaarder, maar zo werkt het niet in mijn koninkrijk. Dat is jouw werk, zeg ik waardig. Ik heb jou aangesteld om mijn schatten te bewaren en af en toe moet je ook de Verzamelaar tot de orde roepen, want die is dan weer jouw dienaar, zo moet je dat zien. De Verzamelaar zoekt en graait en verzamelt en jij, Schatbewaarder kijkt wat we er mee doen. En als jij hebt zitten suffen, dan mag je het nu zelf oplossen.

Zo. Hiermee heeft de Koningin weer even iedereen zijn plaats gewezen. De Schatbewaarder is verantwoordelijk! Dus niks ‘het eet geen brood’! Ik weet nog dat mijn vader dat ook altijd zei. En ik weet nog hoe lang ik er over deed om zijn huis leeg te maken en te ontdoen van jaargangen tijdschriften, vette kruidenpotjes, doorslagen van ooit geschreven artikelen en ondraagbare kleren. En dat ik toen dacht: ik wil niet dat iemand later, als ik dood ben, mijn huis vol rotzooi moet opruimen…” Daarom heb ik een Schatbewaarder!

“Hm” zegt de Schatbewaarder. “Ik zou met liefde alle zooi in een vuilniszak proppen. Maar dan zie ik dat de Verzamelaar begint te huilen, dat de Kok meteen roept dat ik van de kookboeken moet afblijven en die rozenverzameling op de wc is eigenlijk best wel grappig, en tja… al die Sjamanendingen zijn wel heel erg mooi… Nou vooruit, dat dan wel. Maar onverbiddelijk volgens het principe dat als er iets bij komt er ook ergens iets af moet. Want ik wil eigenlijk alleen maar echte schatten bewaren.”

Dus ze waakt over de foto’s en oude dagboeken en de Zeeuwse granatenketting die ik van Jowie kreeg vlak voor ze stierf en het geschilderde portret van Mamma als achtjarige. Ook de boeken die Pappa geschreven heeft, hoewel ik die nooit lees. Ze heeft de doos met briefjes van mijn gestorven Geliefde onder haar hoede. Ze beheert het schilderij dat ik als verjaarscadeau van mijn Lief kreeg. Dat zijn bezittingen van grote emotionele waarde in tegenstelling tot plastic rozen en mooie steentjes– al zijn die natuurlijk wel heel leuk.

“Ja ja. Maar ik bepaal vooral wat nìet bewaard hoeft te worden,” zegt de Schatbewaarder. “Wat dacht u van uw verzameling mannen? Kunnen allemaal bij het grof vuil. Trouwens, ook sommige dromen vervagen, je hoeft niet alle dromen voor altijd te koesteren. De droom een groot filmster te worden is allang verdwenen.. en de ballerinadroom, die met een tutu? Die is ook al heel lang weg. Wij hebben allemaal wel dingen in ons leven die we eigenlijk niet nodig hebben, die opgeruimd kunnen worden. Angst voor het onbekende bijvoorbeeld. Verwrongen zelfbeeld of verslavingen. Energie zuigende vrienden, weg er mee. Woede over het verleden. Ontevredenheid. Dat kan allemaal naar het milieupark. Gedachtes aan ooit gemaakte vergissingen of fouten en vooral de bijbehorende schaamte- en schuldgevoelens: geen enkele reden om dat allemaal te bewaren. Net als het idee dat u moet voldoen aan de verwachtingen van anderen. Oh ja, verdriet: het is heel goed om het intens te voelen, maar je kunt er beter niet lekker middenin gaan zitten, want dan wordt het zelfmedelijden – en dat is bepaald geen schat.”

Ze kijkt me nu ernstig aan. “Weet u nog van die keer dat we besloten dat we ‘rancune’ niet meer nodig hadden? Dat hebben we verbrand en u bent er nu helemaal los van, dat voelt toch geweldig? Het gaat immers niet alleen om dat hamsteren van materiële zaken. Dat is misschien lastig als de kasten te klein worden. U doet er niemand kwaad mee, ook uzelf niet. Maar telkens weer naar uw collectie verdriet, schaamte, frustratie, woede en teleurstelling kijken…. Doe dat maar niet. Uitsluitend hele waardevolle dingen worden bewaard.”

Oh ja? Wat dan?

“We hebben nog een doosje inzichten, die moeten misschien wel openbaar gemaakt worden, omdat anderen er ook wat aan kunnen hebben. Als Schatbewaarder waak ik over het behoud van nieuwe dromen, die over schrijven en toneelspelen. Ik help vriendschappen te onderhouden. En de belangrijkste: ik hou strikt vast aan de overtuiging dat u een leven vol Liefde en Passie zult leiden, Majesteit.”

 

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. Mijn 13 onderdanen doen allemaal belangrijk werk, voor mij en mijn koninkrijk. Maar die ene, die eigenlijk alleen maar een hulpje is, die kan ’t me soms zo moeilijk maken!

De Verzamelaar en de Sjamaan.

Dat komt zo: jaren geleden, toen ik het Talentenspel van Willem Glaudemans net ontdekt had, ging ik een keer naar een tweedaagse workshop. Je kon je daar verdiepen in een van je Talenten waar je eigenlijk niet zo goed raad mee wist. Dat leek me een uitstekend plan, want omdat er nog wat archetypen in het spel misten, had ik de Wonderdoener gekozen, die het meeste leek op datgene waar ik naar zocht, maar ik kon niet goed met hem/haar overweg. (Ik klaagde bij mijn coach over het gemis aan vrouwelijke elementen en tot mijn grote vreugde zijn ze nu aan het spel toegevoegd – en heb ik ze dus nu ook in mijn koninkrijk!) Maar met die Wonderdoener moest ik het maar doen, indertijd.

Dus een workshop. We werden verzocht een kledingstuk mee te nemen om jezelf aan te kleden als degene die je tijdens de workshop wilde zijn. En als je nog meer kleren had, die toepasselijk zouden kunnen zijn…. ik nam dus een grote koffer toneelkleren mee en sloeg zelf zuchtend een stola om, want ik had geen idee hoe een Wonderdoener er uit zou moeten zien. Daar zaten we: 9 vrouwen en 1 mannelijke cursist en de workshop werd geleid door een man met een paarse puntmuts op.

Het werkte vreselijk op m’n lachspieren, al die mensen die zo serieus keken en zich allemaal verkleed hadden. En het duurde even voor ik me kon overgeven aan een meditatie. Om eerlijk te zijn: het werd dat weekend niks tussen die Wonderdoener en de Koningin, maar ik kon geen alternatief verzinnen. Aan het eind van de workshop kregen we het advies om een voorwerp te zoeken voor elke onderdaan als cadeau en uiting van dankbaarheid van de Koningin. En toen werd de Verzamelaar wakker.

“Ja ja, leuk! Ik heb al allerlei ideetjes. Mooie opschrijfboekjes voor de Schrijfster!” Eén dingetje, riep de Koningin nog vertwijfeld Ik heb voor iedereen maar één dingetje nodig! “Ja ja, ik hoor, u wel, Majesteit, maar kijk eens wat leuk: 3 opschrijfboekjes! Allemaal even mooi en bijzonder! Oh, en kijk eens, u krijgt ze ook van alle kanten cadeau. Nu hebben we er al 9!” En zo ging de Verzamelaar helemaal los. 102 Kookboeken voor De Kok. 85 Doosjes voor de Schatbewaarder. 3 paar Tapdansschoenen voor de Danseres. 14 Shakespeare verfilmingen voor de Toneelspeler. 4 sets Tarotkaarten voor de Heelmeester. 62 Musicals voor de Leermeester. Ik droeg een zakmes bij me ter ere van de Strijder en zakdoeken om me te kunnen blijven Verzoenen met alles wat me eigenlijk ongelukkig maakte. Ik plakte een smiley op m’n werkcomputer voor de Nar in mij. Ik kocht een nieuw rugzakje voor de Zwerver. En de Wonderdoener kreeg een enorme, beetje uit de hand gelopen, verzameling rozen.Dat is zo’n verzameling waar iedereen een beetje om moet lachen.

Maar voor de Sjamaan…

Verschillende soorten Stenen.

Allerlei Schelpen

.

Planten.

Een trommel.  

Vogelschedeltjes en klauwtjes.

En Veren, heel veel veren.

Inderdaad. Ik hield een hoeveelheid wonderlijke voorwerpen over aan die workshop. Bovendien voor onderdanen die nu met pensioen zijn of ontslagen omdat ze overbodig zijn geworden of ingeruild voor een beter-bij-dit-koninkrijk-passend vrouwelijk equivalent. Maar ach, zoals de Verzamelaar altijd zegt: “zo’n verzameling eet geen brood…”

“De verzameling voorwerpen voor de Sjamaan is de mooiste,” vindt de Verzamelaar.

Dat vind ik, de Koningin, ook. Ze liggen daarom overal in huis verspreid.

 

Ik ben de koningin van mijn innerlijke koninkrijk. En ik regeer over mijn 13 onderdanen. Maar, zoals alles in het leven, ook mijn koninkrijk verandert voortdurend van samenstelling. Onderdanen komen en gaan, om de zoveel tijd wil ik graag in een algemene vergadering controleren wie ongelukkig is en meer aandacht nodig heeft, en wie overbodig is geworden en vervangen moet worden. Maar eentje was er altijd al, zolang ik me kan herinneren.

De Schrijfster.

Want ik leerde lezen en schrijven van mijn vader toen ik 4 was en al heel snel wilde ik zelf een boek schrijven. Mijn vader stelde voor dat ik met een schriftje zou beginnen, zo’n half schriftje met handige lijntjes waar de lettertjes tussen moesten passen. Het lukte niet best. Het verhaal wilde niet vlotten omdat het schrijven zo moeizaam ging. Later met opstellen ging het beter, maar dan kreeg ik altijd op mijn donder omdat ik zo slordig schreef: ik kon foutloos spellen, maar mijn letters dansten alle kanten op. Nog later typte ik moeizaam met 2 vingers op de oude Underwood van mijn moeder. Toen stonden de lettertjes wel recht, maar mijn verhalen werden er niet beter op. Ik durfde namelijk niet goed. Tenslotte liet ik het los, dat hele idee van een boek. Ik ging allerlei andere dingen doen en mijn schrijfbehoefte vertaalde zich in vergadernotulen. Maar uiteindelijk schreef ik een studieboek voor aankomende jazzdansdocenten, een praktisch en handzaam boekje. Hèhè, taak volbracht. Of toch niet echt..

studieboek

Misschien moet er iets buitengewoon heftigs in je leven gebeuren om je eigen roer om te kunnen gooien. Om iets te gaan doen wat je daarvoor niet voor mogelijk had gehouden. Ik wilde 13 jaar geleden als kersverse weduwe het toneel weer op. Dus schreef ik me in voor een amateur-monologen-festival, om te oefenen. Probleempje: ik had geen tekst, kon ook niet zo snel iets vinden en besloot om het zelf even te schrijven. Hoppa. Mijn innerlijke Toneelspeler won meteen de publieksprijs. En de Schrijfster bleef schrijven, net als mijn oude vriendin.

Is de Schrijfster eigenlijk een Vertelster?

De Schrijfster vindt dat een lastige vraag. “Eeh..” zegt ze aarzelend. En dan, opeens zeker van zichzelf: “Ja, soms. Soms schrijft ik iets omdat ik wat te vertellen heb. Maar soms ook niet. Dan schrijf ik gewoon omdat ik het leuk vind, dan gaat ’t allemaal niet zo diep. Dan gaat ’t over daten of verliefdheid of lekker eten. Maar die 2 toneelstukken over dementie, ja, daarmee wilde ik wel wat zeggen. En dat stuk over een zoon met z’n moeder ook. En soms mislukt het. Dan heb ik een belangrijk onderwerp in mijn hoofd en uiteindelijk staat dat niet op papier….”

En dan?

“Dan schrijf ik een tijdje niet, want dan komt Mevrouw Harde-ZelfKritiek op bezoek. Als ik die heb weggewerkt, begin ik weer.”

Eindelijk dat boek?

De Schrijfster kijkt op van haar toetsenbord, waarvan de lettertjes zijn afgesleten omdat haar nagels te lang zijn. “Nee”, zegt ze, “geen roman. Dat ben ik zeker al 30 keer begonnen en steeds alles weggegooid. Kortere stukjes, columns, dat ligt me beter. Verhalen over dingen die me bezig houden. Korte monologen voor de Toneelspeler of voor vrienden. Toneelstukken, maar niet met te veel personages, want dan vertroebelen mijn dialogen. Oh ja, fijn begin van de dag: elke ochtend 2 of 3 bladzijden met de hand, dagboek aantekeningen..”

En af en toe een gedicht, zoals in het boekje TWAALF met foto’s van m’n Lief.

 

FEBRUARI

 

Ik volg mijn eigen spoor

door het sneeuwlandschap

Zoals vroeger

stap ik elke dag weer in dezelfde kuil

Omdat ik niet kijk waar ik ga

maar verlangend zoek

naar onzichtbare reeën

naar flarden van dichtregels

naar de reden waarom ik hier ben

 

Tot de honden

uit de mist tevoorschijn springen

uit hun eigen hemel waarin ze verdwenen waren

en nu willen ze graag een koekje

 

 

In mij woont een gelukkige schrijfster.