Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk.

De Schrijfster in mij vindt dat een lekker beginzinnetje. Het hele koninkrijk is dan meteen wakker, want over wie gaat het vandaag? Ze staan met z’n allen te dringen om mee te kunnen lezen… oh nee, wacht, niet allemaal. Kijk, daar staat de Filosoof. Die verlaagt zich niet tot het roepen van “ik .. ik .. ik ben aan de beurt ..” nee, sterker nog, hij probeert voorzichtig en onopvallend het paleis te verlaten.

Dat kan natuurlijk niet. Ik, de Koningin, moet mijn kroon opzetten, op de troon gaan zitten en die Filosoof bij me roepen. “Wat is er toch met ons?” vraag ik dan. “Waarom kunnen wij niet zijn zoals Ik, als Koningin, kan zijn met de anderen?” De Filosoof is verlegen – huh? Dat past toch niet bij een Filosoof? Dat is toch een denker? Degene die vragen stelt, nieuwsgierig is? Degene in mij die analyseert, logisch nadenkt, afwegingen en keuzes maakt? Die conclusies trekt en een mening vormt? Dat is toch niet iets om verlegen over te zijn? Mijn Filosoof heeft dat wel. Die is bang dat anderen hem arrogant vinden. En dan is hij wel aanwezig in het koninkrijk, maar hij wil niet opvallen.

De Filosoof en ik hebben een zeer moeizame relatie. Heel lang heb ik ontkend dat in mijn koninkrijk ook een Filosoof huisde. Omdat ik hem ( – hee, mijn innerlijke Filosoof is een man, nou dat weer – waarom zou dat zo zijn? – maar dit terzijde ) die Filosoof dus, heb ik namelijk op mijn zestiende uit mijn leven en mijn koninkrijk verbannen. Ik was helemaal klaar met nadenken, leren en ontwikkelen, ik had er genoeg van. Ik wou dat de mannen mij leuk en lekker zouden vinden en niet dat ze een goed gesprek met me zouden kunnen voeren. Ik moest nog 2 jaar naar school en ik maakte mijn opleiding af zonder dat ik er enige moeite voor deed. Daarna zat ik natuurlijk wel 4 maanden zonder werk (ik was niet aangenomen bij het Nationaal Ballet omdat ik te dik en niet goed genoeg was en ook niet aangenomen op de toneelschool, omdat ik nog zo jong was en me slecht had voorbereid. ‘Kom volgend jaar maar terug,’ zeiden ze) maar na die 4 maanden kinderoppas en schoonmaakster, kreeg ik een baan bij de televisie en rolde ik van tv-shows naar mijn eigen dansgroepje, van mijn balletschool naar een huwelijk, van een scheiding naar het theater en de film. En tussendoor vonden de mannen mij veelvuldig leuk en lekker.

“Heb jij dan nooit last gehad van seksueel ongepast gedrag en intimidatie?” vroeg een jongere vriendin. Natuurlijk heb ik dat meegemaakt, ik kwam in 1966 van school, midden in die seksuele revolutie. Alleen had ik er geen last van. Omdat ik, hoe ik ook mijn best deed om alleen maar sexy en lief te zijn, altijd nog een logisch-denker in me had. Ik bedoel, wat kun je verwachten als een oudere, machtige (want regisseur) man je uitnodigt in zijn hotelkamer om half twaalf in de avond? Dan gaan we echt geen plannen maken voor audities in Londen, toch? Dus ik zei dat ik hem een kinderachtige klootzak vond en dat verhaal van die audities een goedkope truc en ging verontwaardigd naar mijn eigen bed. De volgende dag was een beetje ongemakkelijk repeteren, maar ook dat ging gauw over: we deden allebei net alsof het niet was gebeurd. Waar t om gaat is dat ik nee kon zeggen, ik had de keuze om iets wel of niet te doen. Zoals ik ook de keuze had om wel of niet mijn blote borsten te laten zien tijdens een auditie-filmpje voor een casting-bureau. Ik koos voor wel, maar ik vroeg tijdens het optillen van mijn shirtje of hij zich straks ging zitten aftrekken bij het zien van mijn tieten. Zo gek, ik heb nooit meer wat gehoord van dat castingbureau. Dus last…. ? Omdat ik prachtige kansen ben misgelopen? Het is maar helemaal de vraag of die kansen er echt waren. Zou ik nou echt meer filmrollen hebben gekregen omdat een regisseur mijn blote-tieten filmpje had gezien? Ik geloof er niets van. Ik was ook niet echt aan de bak gekomen in Londen denk ik. En ik vond mezelf eigenlijk niet echt geschikt om een popprogramma te presenteren. Dus wel of niet naar bed om dat baantje te bemachtigen vond ik een eenvoudige keuze: niet dus. No hard feelings, de regisseur die niet mee naar mijn kamertje mocht nam zijn vriendinnetje als presentatrice en dat was zeker ook gebeurd als ik hem wel ter wille was geweest. Ik vond dat toen allemaal heel gewoon, ik had nergens last van. Tja, natuurlijk werden er seksueel getinte opmerkingen gemaakt door floormanagers en toneelmeesters en muzikanten, maar het stond mijn werk als danseres, choreografe of actrice niet in de weg. Er is nooit iemand geweest die zich met geweld aan mij heeft opgedrongen en de enige keer dat ik een onverwachte hand tussen mijn benen voelde in een volle kroeg, maakte ik zoveel stampij dat de man in kwestie razendsnel het café verliet.

Ik heb dus veel pret gemaakt met de mannen met geen enkel ander doel dan pret. Nooit iets tegen mijn zin gedaan, nooit seks ingezet om een rol te krijgen. Geen gevalletje me-too lijkt me. En geen spijt dat mijn leven en mijn werk op deze grillige manier gelopen is. (Nou ja, geen spijt… geen spijt… Achteraf is het jammer dat ik niet nog een keer geprobeerd heb om naar de toneelschool te gaan, maar dat ik het niet gedaan heb, paste toen wel bij mijn levensstijl: ik nam helemaal niets werkelijk serieus.)

Ik was zeker niet de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk.

Maar … Ik ging na een paar jaar toch voorzichtig nadenken over wat ik nou eigenlijk aan t doen was. En zo kwam de Filosoof een heel klein beetje terug. Ik las weer eens een boek, ik ontwikkelde me in mijn werk als docent. Ik moest toegeven dat mijn gedrag niet het beoogde resultaat had opgeleverd. En met de jaren kwam het plezier terug in logisch nadenken, vragen stellen, leren en ontwikkelen, conclusies trekken en zelf een mening vormen. En kon ik niet anders dan toegeven dat in mijn koninkrijk een Filosoof thuis hoort.

Maar helemaal op z’n gemak is die Filosoof nog niet: hij heeft af en toe nog last van grootheidsschroom.

 

Ik ben de koningin van mijn innerlijke koninkrijk.

In dat koninkrijk kan ik gaan en staan waar ik wil. Daar hoor ik niet: ‘doet u voorzichtig mevrouw, u behoort – gezien uw leeftijd – tot de risicogroep. Blijf maar lekker thuis, ga niet op bezoek…’ Het leven van nu is nogal tegennatuurlijk voor mij, als Koningin, die zich kerngezond voelt en houdt van lunches met vriendinnen, theaterbezoek en dinnerparties. Maar ik klaag niet hoor, want gelukkig woon ik in de werkelijkheid in een ruim huis met een grote tuin en bovendien heb ik ook nog mijn innerlijke koninkrijk met een paleis. En daar heb ik 12 dienaren om me heen zodat ik ruim voldoende aanspraak heb. Met wie zal ik vandaag eens in gesprek gaan? Sjamaan, Nar, Zigeunerin, Amazone, Magiër, Kok, Schatbewaarder, Schrijfster, Toneelspeelster, Genezeres, Filosoof of Geliefde….

De Toneelspeelster, laat ik daar eens extra aandacht aan geven, want ze zit een beetje in een hoekje te mokken. En dat is begrijpelijk, het zijn saaie tijden voor haar. Zij houdt van performen, van plakwimpers en pruiken en kleren die ze anders nooit draagt. Er zit nog een beetje Danseres in die Toneelspeelster die best nog een stapje kan zetten, als het moet. En ze doet het puur voor haar plezier, want ze hoeft er niet meer van te leven. Maar oh, wat is ze aanwezig in mijn koninkrijk! En ik, als Koningin, zorg er voor dat ze net voldoende aandacht krijgt om rustig te blijven. Maar ja…Dit voorjaar was er een heel rijtje voorstellingen die we zouden gaan bezoeken en stond mijn vader-dochter toneelstuk gepland in het Museum Rotterdam in verband met de herdenkingsplechtigheden rond 4 mei. Daarnaast hadden we met heel veel moeite een weekend geprikt waarop we een reprise zouden kunnen spelen en ik zou beginnen aan iets wat in oktober in première moet, kortom, de Toneelspeelster zou in het theater zijn! En dat is nu dus allemaal niet.

Wel stom dat ze dan gaat zitten mokken. Hinderlijk ook. In een hoekje, van de bank. Zogenaamd onopvallend.

“Schat, wat is er?”
“Niks, er is niks, laat mij hier maar in mijn eentje zitten, let maar niet op mij, ik wil niemand tot last zijn met mijn problemen…” AAARGH nee nee ik wil dat soort gedrag niet. Dit gebeurt namelijk als ik, de Koningin, die Toneelspeelster inzet als er helemaal geen theater in de buurt is! Oh, wat was ik daar altijd goed in: me anders voordoen dan ik ben, me aanpassen aan een echtgenoot en veel doen alsof. Wat kon ik een enorme aanstelster zijn, een overdreven persoontje, een aandachttrekkertje. Dat moet lastig geweest zijn voor mijn naasten, zo’n Toneelspeelster in het dagelijks leven… Gelukkig kwam ik uiteindelijk bij zinnen, want hoe dichter ik de corona-risicoleeftijd naderde, des te meer kon ik gewoon zijn wie ik ben.

Laten we dus eens horen hoe het nu met haar is.
“Bevalt het in dit koninkrijk, Toneelspeelster? Word je gewaardeerd door mij, de Koningin? Laat ik dat voldoende merken? Heb je wensen die ik kan vervullen?”
“Oh Majesteit, dank u. Natuurlijk ben ik een beetje ongelukkig omdat al die voorstellingen zijn afgezegd. Maar dat heeft niets met uw koninkrijk te maken, want daar voel ik me gezien en geliefd. In uw paleis neem ik mijn normale plek in tussen de anderen en dat ik me nu niet in de buitenwereld kan manifesteren is niet uw schuld, Majesteit. Dus u hoeft ook niet te proberen om dat goed te maken. Ik amuseer me wel. Ik heb met de Schatbewaarder zitten dromen bij oude en nieuwere foto’s, leuk was dat. Maar ik werd er een beetje melancholiek van, dat wel. Dus ik zoek naar mogelijkheden om.. om.. nou ja, ik weet nog niet wat te doen. In overleg met de Schrijfster komt er in deze periode wellicht nog iets moois en nieuws tot stand. We zullen zien… Dus maakt u zich geen zorgen over mij. Ja, ik zat te mokken, maar nu ik er goed over nadenk is er eigenlijk niemand en niets waar ik boos op zou kunnen zijn, even afgezien van ministers die alle kleinere en nauwelijks gesubsidieerde theaters en theatermakers te onbelangrijk vinden om enige aandacht aan te schenken. En ook dat is niet uw schuld, Majesteit. U kunt er even niets aan veranderen, dat kan pas weer als er verkiezingen zijn en dan nog… Dus dat mokken van mij, nou ja, het werkte, we zijn in gesprek. Oh, en weet u wat ik echt heel leuk vind? Dat ik mijn eigen kamer heb. Of eigenlijk heb ik twee kamers, ongelofelijk. Ik heb een repetitieruimte en een kostuumopslag! Waanzinnig toch? Ben ik echt heel blij mee, Majesteit. Heel blij.”

Ach, hoe eenvoudig kun je het een innerlijk persoon naar de zin maken. En hoe grappig als mijn gedroomde paleis en de werkelijkheid niet meer van elkaar te onderscheiden zijn.

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk.

Mijn goede voornemen voor 2020 is dat ik met liefde en aandacht zal regeren. Ik zit dus op mijn troon in de troonzaal in mijn paleis. Kroon op, koninklijke mantel aan, beeldschone jurk om me heen gedrapeerd en zorgvuldig opgemaakt. Ik luister naar mijn ziel, ik leef mijn missie, ik geniet van mijn passies en ik stuur mijn innerlijke, talentvolle dienaren aan. Mooi hè….

In werkelijkheid zit ik met een petje op omdat mijn haar totaal verknipt is en ik mijn eigen spiegelbeeld niet kan verdragen. Het is nog vroeg in de ochtend, ik ben nog niet onder de douche geweest, laat staan dat ik make up op heb. Ik zit aan de keukentafel omdat mijn werkkamer vol dozen staat. Ik heb pijn in mijn rug van het bukken en sjouwen en tillen. Mijn kasten raken leeg, mijn vensterbanken missen de kaarsen. Mijn huis is bezig niet meer van mij te zijn. Hoe voller de verhuisdozen, des te meer lijkt het huis zich terug te trekken. Het is nauwelijks nog de plek waar ik zo van hield. Ik ben eigenlijk wel klaar om weg te gaan, maar dat duurt nog een paar weken.

En mijn innerlijke Koninkrijk is ook nog niet echt op orde. Bijna zes weken werden we geregeerd door de Kok, die bovendien tijdelijk een Herbergier had ingehuurd om het de stroom gasten naar de zin te maken. Dat kan zo niet langer, we moeten weer verder met ons leven. Mijn Lief de Kluizenaar heeft het zwaar gehad en moet terug naar rust en stilte en zijn Kunstenaar de kans geven weer zichzelf te worden. Mijn Schatbewaarder moet weer aan t werk bij het inpakken van de dozen. Ik kan als regerend Vorstin een gesprek met de Kok niet langer uitstellen.

“Majesteit, heeft U me nodig?”

Jazeker. Kok, om eerlijk te zijn: doe je normale werk. Stop met de drie-gangen-diners. Zorg dat de vriezer leeg is als we vertrekken, dat is het enige. Pak de rest van de voorraad gewoon in, er worden geen koekjes meer gebakken. Maak stamppot en erwtensoep en vegetarische mac ’n cheese, dat soort dingen. Laat de tafelkleden stomen en doe ze in een verhuisdoos. Ik wil met een bord op schoot bij de televisie kunnen eten. En gooi die Herbergier de deur uit, we hebben de logeerbedden al uit elkaar gehaald, dus we kunnen ook geen gasten meer ontvangen.

“Maar Majesteit, ik heb toch m’n best gedaan… was t niet goed?”

 

Ach in tegendeel, m’n lieve Kok. Je hebt het prachtig gedaan. Dankjewel voor het doen van de boodschappen en de menu’s die je bedacht hebt. Dankjewel voor al die bijzondere gerechten. Dankjewel voor al die uren dat je in de keuken zachtjes neuriënd bezig was. Het was fijn om al die gasten aan tafel te hebben en over het leven te praten en te (her)ontdekken wat echte vriendschap is. Het was heerlijk om met die vrienden kleine wandelingetjes te maken met de oude hond en spelletjes te spelen aan de keukentafel en te lachen en te drinken en soms zelfs te huilen. Het was een prachtige decembermaand en de kerstboom was beeldig en die heeft tot en met Driekoningen gestaan, maar nu is het klaar.

Je was een beetje overheersend, Kok. Je zat zo’n beetje op de troon. Dat is niet echt bedoeling. Ik ben heel blij met je in mijn koninkrijk, maar je moet wel je plaats weten. Afgesproken?

Zo. Dat is geregeld.
IK ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk.
Dan kan ik nu onder de douche.

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk.

Zal ik het nog eens zeggen? IK ben de koningin. IK ga regeren. Maar ik voel me hulpeloos, alsof ik de weg niet meer weet, alsof ik geen idee heb welke richting ik op moet. Is dat allemaal de schuld van Meisje Pijn, die zich in mijn koninkrijk gesetteld heeft? Of komt die Lady Laatmaar ergens anders vandaan?

“Is het belangrijk te weten waar ze vandaan komt?” vraagt de Filosoof. Hij wil er over nadenken, als de Koningin dat toestaat.

“Is het belangrijk om te weten hoe je haar weg krijgt?” vraagt de Amazone. Zij wil wel haar boog spannen en pijlen afschieten, maar wat is het doel?

Alle onderdanen doen suggesties om de Koningin te verlossen van Lady Laatmaar, elk op hun eigen manier: de Nar door te lachen en te relativeren, de Schatbewaarder door haar diep weg te stoppen, de Zigeunerin wil voor haar weg te lopen, de Magiēr probeert haar te laten verdwijnen met een creatieve tovertruc, de Genezeres stelt meditatie voor, de Kok verzint troost-eten (en drinken)…. niets helpt echt. Logisch, want het zijn niet de onderdanen die de richting bepalen, het is de Koningin zelf.

Als de Koningin tenminste eens goed naar binnenste luistert.

“Majesteit, ga eens even terug naar dat wat u blij en gelukkig maakt,” adviseert de Sjamaan. “En de schrijfster kan dat meteen opschrijven. Dat wordt een fijn lijstje, toe maar, U houdt van lijstjes.” Oh ja, ik hou van dat soort ordening, want dat brengt een lijstje met zich mee. Het To-Do-Today lijstje. Het Boodschappenlijstje. Het lijstje keuzemogelijkheden Wat-Eten-We-Deze-Week. En nu dus een lijstje Dingen-Waar-Ik-Blij-Van-Word.

Me bemind weten.

Toneelspelen en Dansen

Bij mijn dierbaren zijn

Wandelen in de zon

Schrijven

Koken

“Ja, mooi, dat noemen we Uw Leven” zegt de Sjamaan. “De oplossing om uw koninkrijk op orde te krijgen ligt voor het oprapen” zegt de Magiēr. “Dit is een prachtig doel” zegt de Amazone. “Gaan we doen!” juicht de Zigeunerin. En de Nar roept: “Items van het lijstje afvinken!”

Dus kust de Minnares de Koning van het nabije koninkrijk en hij zegt: “Ja maar natuurlijk, dat moet je allemaal gaan doen, daar heb je mijn toestemming toch niet voor nodig.” Nee, dat weet ik ook wel! Ik, de Koningin vraag niet om bevestiging. Waarom zou ik: ik wéét me bemind.

Ik mag over een paar maanden de Toneelspeler weer alle ruimte geven. De ene voorstelling is net afgelopen en de volgende komt er aan. Dan gaat dat hele proces van voorbereiden en repeteren (en vooral: spelen) weer van voren af aan beginnen. Nu al zin in! En vreemd genoeg is Lady Laatmaar nooit in de buurt als de Toneelspeler aan het werk is.

De Schatbewaarder heeft nog een kist vol dierbare vrienden. Sommigen zijn zo dichtbij dat ze regelmatig samen met de kunnen Koningin zijn. Anderen moeten het doen met de telefoon of met appjes. Maar nu wil de Koningin de ene dierbare (en de honden) even een weekje alleen laten om naar andere dierbaren toe te gaan. En daar kan ik, de Koningin, dan wandelen in de zon. En schrijven. En vooral koken, veel helpen in de keuken. Van de gedachte alleen al word ik blij. Niks Lady Laatmaar! Dus het lijstje Wat-Moet-Er-In-De-Koffer is gemaakt en versie 6 is uiteindelijk ingepakt. Natuurlijk staan de Schrijfster en de Kok te dringen om mee te mogen, maar de Schatbewaarder is er ook om alle herinneringen en vertrouwelijke gesprekken te bewaren. Dat wordt een prachtig weekje!

Hee! Wacht even! Dansen staat toch ook op ’t lijstje?

Tja, pensionada Danseres…. die komt vast ook nog wel aan de beurt.

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk.

Maar om nou te zeggen dat ik lekker aan het regeren ben…. Nee. Ik heb mijn koninginnejurk uitgetrokken en in mijn oude joggingbroek loop ik door mijn paleiszaal, richting deur. Ik wil naar buiten, over mijn landerijen lopen, de zon op mijn huid voelen en de rotzooi achter me laten. Ik wil mijn kroon af, die knelt. Ik weet dat ik orde op zaken moet stellen, maar ik heb er niet veel zin in. Ik moet die losgeslagen bende uit de gordijnen halen, ze verbieden aan de kroonluchters te zwieren en ik moet vooral de vloer dweilen. Had ik maar een Opruimer in dienst. Of een Wasser, een Schoonmaker of een Regelaar. Of een Sloper, die goed is in het afbreken van slechte gewoontes. Of iemand die dingen netjes soort bij soort op een stapeltje legt. Of die de ramen zeemt, zodat ik weer naar buiten kan kijken. Maar zo iemand zie ik niet.

Ik zie wel Lady Laatmaar verdacht dicht bij de troon rondwandelen en ja hoor, ze gaat gewoon zitten, tja, de Koningin is er niet, dus… en oh, daar heb je de Diva ook, met een boa om en te veel make-up. Die heeft behoefte aan de volledige aandacht van het voltallige koninkrijk. De Diva duwt Lady Laatmaar af en toe van de troon om er zelf even op te kunnen zitten maar dan komt Lady Laatmaar weer terug en wisselen ze weer van plaats….

De enige manier om dat gedoe te voorkomen is zelf op mijn troon gaan zitten. Ja ja, desnoods in oude joggingbroek. Ik ben immers de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. Ik heb twaalf, soms dertien, dienaren die allemaal hun eigen taak hebben – en als iedereen naar behoren functioneert is mijn koninkrijk een goed geolied bedrijf. Maar dat is het nu niet.

“Zou je niet eens met iemand gaan praten” had een goedbedoelende vriend gezegd. Moet ik in therapie? Is het zo erg met me? Is praten met mijn Lief en met goede vriendinnen niet genoeg? Kan ik, met behulp van mijn talenten, niet zelf analyseren wat er aan de hand is?

Niet dus. Want in plaats van even samen met de Filosoof te gaan zitten en datgene te doen waar hij zo goed in is (logisch nadenken, vragen stellen, afwegingen maken, conclusies trekken, een mening vormen) verzink ik in eindeloze gesprekken met De Tobber en opeens zit ik met het duo Klaagje en Zeurtje een hartverscheurend lied te zingen.

“Heb je geen indringers in je koninkrijk?” vroeg een vriendin.
Huh? Iemand die helemaal niet thuishoort in mijn koninkrijk? Wie zou dat kunnen zijn? Mijn Vader? Nee hoor, ik zie hem wel, maar hij staat aan de andere kant van de sloot die de grens vormt. Mijn moeder is nog verder weg, op de andere oever van de rivier. Ik zie verder helemaal geen familieleden. Ook geen bazen, collega’s, opdringerige vrienden of (ex)echtgenoten. Mijn Lief heeft zijn koninkrijk in de bergen verderop, ik weet dat hij dààr is. En mijn cadeaukinderen hebben het allemaal veel te druk met hun eigen koninkrijken. Dus…

Ik zie Lady Laatmaar weer tevreden op de troon zitten en ik denk: achlaatookmaar. Onbegonnen werk om dit op te ruimen. Ik ga weg. Dus ik draai me om en bots tegen iemand op: Meisje Pijn.

“Zocht u mij?” vraagt ze beleefd. Nee, natuurlijk niet, ik zoek geen pijn, ik wil mezelf niet bewust kwetsen, niet geestelijk en niet lichamelijk.

“Maar ik ben er wel” zegt ze dan. “Meisje Pijn is in uw koninkrijk”

Ik wist natuurlijk allang dat ze er is. Maar ik vind haar vervelend. Meisje Pijn is namelijk lastig in de omgang. Ze is constant in de buurt en hinderlijk aanwezig. Ik doe al maanden vergeefse pogingen om haar te negeren.
“U heeft uw pols gebroken, Majesteit. Het is maanden geleden, maar de ligamenten zijn nog niet geheeld en de pezen van uw duim zijn ontstoken. U kunt uw hand niet goed gebruiken, omdat het Pijn doet. U zingt mee met het duo Klaagje en Zeurtje. U geeft Lady Laatmaar alle ruimte om op de troon te gaan zitten. Allemaal omdat ik uw koninkrijk illegaal binnen ben gekomen. Ik was niet uitgenodigd en ik blijf nog wel een tijdje.”

 

Meisje Pijn. Ze wandelt elegant weg en zegt en passant tegen de Kok: “Ga maar chocoladekoekjes bakken, de Koningin heeft Pijn.”

Ik kijk Meisje Pijn na, hoe ze zich tussen mijn vertrouwde dienaren begeeft. Nee, ik ben absoluut niet blij met haar bezoek. Ik weet niet wat ik na dit gesprekje doen moet. Ik kan haar niet mijn landsgrenzen over zetten, zoals ik met andere indringers gedaan heb. Negeren blijkt geen zin te hebben, woede werkt niet. En alle koekjes achter elkaar opeten brengt natuurlijk ook geen oplossing.

Misschien is het besef en het begrip dat ik in deze chaos zit, omdat ik niet goed omga met Meisje Pijn, het werkelijke begin van een innerlijke opruim-actie. Dan moet ik dus eerst anders gaan reageren op Meisje Pijn. Aanvaarden dat ze er is. Accepteren dat ik af en toe hulp nodig heb. Meisje Pijn omarmen…

Laat ik dan maar weer mijn kroon opzetten, mijn mooie jurk aantrekken en op mijn troon gaan zitten.

Ik ben de koningin van mijn innerlijke koninkrijk.

Kroontje op en op de troon gaan zitten in mijn paleis. Mijn onderdanen, mijn werknemers aan het werk zetten. Regeren.

Toen ik vandaag mijn paleiszaal binnenliep, daar waar mijn troon staat en ik me als een koningin moet gedragen, bleef ik geschokt staan. Mijn paleiszaal, die ik graag leeg en licht houd, stond nu vol met meubels en overal zaten / lagen personages die min of meer met mij te maken hebben. Sommigen kende ik maar anderen niet, wat deden al die vreemde types in mijn paleiszaal? Trouwens, er was duidelijk een hele tijd niet schoongemaakt, het was stoffig en overal lag rotzooi! Het was een enorme herrie, iedereen praatte en schreeuwde en ik hoorde veel te harde muziek en ik had het idee dat een aantal personages stomdronken was, terwijl anderen zich vol zaten te proppen met patat, kroketten en huzarenslaatjes. Er zat een vals lachende oude dame op de troon, op mijn troon! Ik had haar nog nooit gezien en daar stond ik met mijn kroon en mijn prachtige koninginnenjurk die ik voor de gelegenheid had aangetrokken. Het vuur in de open haard brandde niet en ik kreeg het koud. “Nou dan ga ik maar weer” was mijn eerste reactie, “ik ben hier zeker niet gewenst” en ik liep al naar de deur.

Maar ik bedacht me.

Het is verdomme MIJN innerlijke koninkrijk. Ik heb mijn eigen binnenste zo laten verworden tot deze troep, deze onoverzichtelijke bende. Zo ziet het gevolg van niet goed voor je zelf zorgen er dus uit.

Ik moet opruimen. Ik wil weer op mijn troon zitten en rustig met mijn onderdanen bespreken wat we de komende week gaan doen. Ik wil me blij en gelukkig voelen als ik mijn paleiszaal betreed. Ik moet iets doen, maar ik weet even niet wat. Amazone, waar is mijn Amazone? Ik zie alleen meneer de Procrastinateur. “Ga weg!” roep ik schril. “Ja straks” in zijn antwoord. Ja natuurlijk zegt hij dat. Altijd uitstellen wat gedaan moet worden, tot het allerlaatste moment uitstellen! Eerst nog even wordfeud spelen, facebook kijken, hond aaien, mail ophalen, nog een woordje leggen, filmpje kijken op youtube….. “Amazone!” ik roep nu harder om boven de herrie uit te komen. Ik begin rond te lopen door mijn paleiszaal, ik raap chipszakjes en lege flessen van de grond. Waar moet ik beginnen met werkelijk opruimen? Wat is er met me gebeurd? En wie is die vrouw daar op mijn troon?

Lady Laatmaar.

Ik, de Koningin, weet: als ik hier orde wil scheppen, is Lady Laatmaar de eerste die weg moet. Dus ik roep: “Ga van mijn troon af!” Maar ze kijkt me aan en is niet van plan te bewegen. “Amazone! Hier komen, nu! Ik heb je nodig! NU! En ‘nu’ betekent: niet straks, niet eerst nog even… NU! Ik moet vechten en sterk zijn en dat is jouw werk. Gooi die Meneer de Procrastinateur er uit, NU.” Verdomd, ze doet het. De Amazone is nog een beetje dronken van gisteren denk ik, maar ze staat nu toch naast me, met haar pijl en boog. En dan, met een soepele handgreep, gooit ze Lady Laatmaar van mijn troon. “Majesteit” zegt de Amazone beleefd. “Gaat u zitten”

“Wacht even” roept de Nar, “Was je bijna in de hazelnootchocola gaan zitten, met je mooie jurk.” Hij veegt mijn troon schoon en heeft hij daar een kruimeldief voor de koekresten? Jazeker! En dan wil hij op de leuning gaan zitten, maar zo luchtig ga ik niet regeren: “pak maar een krukje, Nar, ken je plaats.”

“Als u het goed vind, Majesteit, kom ik hier zitten” zegt de Sjamaan. “Bij u in de buurt, maar niet opdringerig. En ik zal de haard aanmaken.”

Ik zie nu bijna iedereen zijn eigen rotzooi opruimen, iemand doet de luiken open zodat het zonlicht binnenstroomt. De Schrijfster is in gesprek met Harde Zelfkritiek en probeert haar te overtuigen dat Zachte Kritiek veel beter werkt. Juffrouw Gebrek-aan-Eigenwaarde zit daar nog wel in een hoekje te mokken en Lady Laatmaar probeert net te doen of alles heel normaal is. Ze staat trots voor de troon en kijkt rond of ze medestanders kan vinden.

“Waar kom je vandaan?” vraag ik, de Koningin.

“Ach… Ik ben een deformatie van veel – daarom heb ik zoveel macht. Ik haat de gedisciplineerde Toneelspeler en Danseres, altijd werken, trainen, zorgvuldig met mijn lijf omgaan, op mijn gewicht letten, tekst en choreografieën leren, op tijd komen, doen wat de regisseur zegt. Ik denk ach kanmijhetschelen en laatmaar. Zo makkelijk om de Kok om te praten en hem te laten afwijken van eetplannen. Dan denkt hij ook: Laatmaar. En ik roep de Harde Zelfkritiek voor de Schrijfster, zodat zij er ook geen zin meer in heeft, ze durft niet meer. Laatmaar. Natuurlijk helpt Meneer de Procrastinateur lekker mee. En de Nar of de Zigeunerin bieden weinig tegenstand. De Schatbewaarder vindt dat dit haar niet aangaat en Magiër denkt ook: Laatmaar. En om de Filosoof zich schuldig te laten voelen is zo eenvoudig… en kijk, daar scharrelt Mannetje Schuldgevoel weer rond.

Maar Juffrouw Gebrek-aan-Eigenwaarde helpt het meeste mee om mij, Lady Laatmaar op de troon te krijgen. Die juffrouw heeft veel invloed, hoor! Ze krijgt bijna iedereen mee! Alleen die verdomde Sjamaan niet, maar verder….. Gebrek-aan-Eigenwaarde veroorzaakt Vraatzucht, Harde Zelfkritiek roept Uitstelgedrag op. Logisch dat we allemaal nergens meer Zin in hebben en al helemaal niet in gezond eten, wijntjes beperken, voldoende slapen, gedisciplineerd aan het werk zijn, teksten uit m’n kop leren en stukjes schrijven. Lady Laatmaar heerst over uw koninkrijk, dat is helemaal niet zo moeilijk. Ook al zit u weer op uw troon, mijn invloed is nog overal te merken..”

Ik moet nog hard werken om mijn koninkrijk weer te laten functioneren zoals ik dat wil. Maar ik heb een begin gemaakt: er is opgeruimd, er is zonlicht en ik, de Koningin, zit op de troon. Ik ga haar aanpakken, die Lady Laatmaar

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk.

Het wordt hoog tijd om mijn kroontje op te zetten, weer op de troon te gaan zitten en orde op zaken te stellen. Klaar nu met apatisch voor de tv hangen en eindeloos sudoku’s oplossen. Vanaf vandaag de hele hofhouding aan ’t werk zetten. Meneer de Procrastinateur laten verdwijnen, kom op Amazone, kun je best. Juffrouw Gebrek-aan-Eigenwaarde: wegwezen. Mevrouw Harde Zelfkritiek: kom een andere keer maar terug. En Mannetje Schuldgevoel….

Dat soort saboterende types zijn deformaties van een innerlijk personage dat het niet zo naar de zin heeft. Mijn Mannetje Schuldgevoel is een boze en ongelukkige Filosoof.

Fi-lo-soof.

Ik kan er niks aan doen, maar telkens als ik, als Koningin, zeg dat er een Filosoof in mij zit, hoor ik de Nar schamper lachen. “Zoooooo….. een Filosoof… ja hoor, wat jij wil….” Arrogant en aanmatigend vind ik het. En dan denk ik dat anderen dat ook vinden. En nog erger: ik vind het opeens heel belangrijk wat anderen er van vinden. Niet bepaald zoals een innerlijke Filosoof zou moeten denken.

Ik heb heel lang ontkend dat er een Filosoof in mij zat: zo’n figuur in mijn dienst vond ik aanstellerij en interessanterigdoenerij. Iets voor mensen die niet volwassen zijn geworden, zoals pubers roepen: Kijk mij eens bijzonder zijn! Bovendien wist ik allang dat slimme meisjes niet erg populair zijn: niet op school, niet bij de jongens, niet bij collega’s en bazen, niet in de kroeg en niet bij de mannen die ik vroeger ‘spannend’ vond. Dus zo’n Filosoof wegdrukken in mijn contact met de buitenwereld was een praktische oplossing en dat deed ik jarenlang. Maar uiteindelijk heb ik geaccepteerd dat ik ook andere dingen kan dan op mijn hoge hakken in een showballet dansen: ik kan Denken.

Begrijp me niet verkeerd, ik geloof niet dat ik de grote levensvragen kan beantwoorden. Ik vergelijk mezelf niet met Nietsche of Plato of de Dalai Lama.Mijn Filosoof werkt uitsluitend in mijn innerlijke koninkrijk: logisch nadenken, vragen stellen, afwegingen maken, conclusies trekken, een mening vormen. Samenwerken met de Sjamaan en de Tempelpriesteres, want hij is wel spiritueel -echter met nadruk op de ratio. Dus als Mannetje Schuldgevoel steeds groter lijkt te worden, wordt er niet meer helder nagedacht. Dat is funest voor mijn koninkrijk, want dat heeft invloed op mijn hele hofhouding, er loopt van alles in de soep. Hoe raak ik dat ventje kwijt?

Ik kan, als Koningin, in therapie gaan. “Wat is uw therapie-vraag, Mevrouw?” “Mijn Mannetje Schuldgevoel moet weg”…. Dat wordt een heel lang intake gesprek, vrees ik.

Ik kan ook bij mezelf te rade gaan. Waar voelde ik me ook al weer schuldig over? Oh ja, omdat ik mijn pols brak. Het was een ongelukje, ik ben gevallen, ik had geen alcohol of drugs gebruikt en ik deed iets wat ik eerder al zonder te vallen gedaan had. Moet ik me daar schuldig over voelen? Nee, niet omdat ik viel, dat was domme pech. Moet ik me schuldig voelen over mijn ambitie? Omdat ik viel tijdens een repetitie? Omdat ik zo graag wilde meedoen aan een theatervoorstelling? Er zijn vast mensen die dat een belachelijk en overdreven idee vinden – maar die mensen ken ik niet. Mijn vrienden weten dat in mijn Koninkrijk een Performer / Toneelspeler / ex-Danseres woont en die moet z’n werk kunnen doen. En trouwens, op mijn leeftijd nog steeds ambities hebben, is alleen maar gezond.

(Mannetje Schuldgevoel wordt al kleiner)

Door die gebroken pols werd ik afhankelijk. Ik, de Koningin, durf heus wel hulp te vragen. Maar ik voel me toch schuldig als ik het idee heb dat ik anderen lastig val. Ah, daar hebben we een puntje. Als iemand anders mij niets durft te vragen of bang is mij tot last te zijn, zeg ik altijd: “dat maak ik zelf wel uit of het me stoort, of lastig is, of ik het vervelend vind of het niet aankan…. jij hoeft niet voor mij te denken, jij hoeft mijn gevoelens niet in te vullen..” Mooie woorden die ik maar eens op mezelf moet toepassen. Ik, de Koningin, hoef niet te bedenken wat anderen misschien zouden kunnen voelen, denken, oordelen. Die anderen kunnen me dat zelf vertellen.

Kijk mijn innerlijke Filosoof eens lekker op dreef zijn! Logisch nadenken, vragen stellen, afwegingen maken, conclusies trekken, een mening vormen. Niet groots en van wereldniveau, maar noodzakelijk voor mijn innerlijke koninkrijk.

Hoewel de eeuwige “waarom”vraag natuurlijk nog wel bestaat. Een paar ‘redenen’ van mijn ongelukje kan ik wel wegstrepen. Ik geloof bijvoorbeeld niet dat ik ergens voor gestraft ben en ook niet dat me iets vreselijks zou zijn overkomen als ik wel het toneel op was gegaan. Ik was niet overspannen of ziek, zodat ik gedwongen rust nodig had. Ik dacht niet dat ik als De Gehangene nog langer ondersteboven de wereld moest beschouwen. Misschien was die valpartij bedoeld om te beseffen dat we elkaar voortdurend op een of andere manier nodig hebben. Misschien moet ik het zien als een lesje over kwetsbaarheid. Of over ongelukjes en kleine hoekjes. En misschien heeft het helemaal geen reden en moet ik me realiseren dat het leven niet altijd volgens planning verloopt.

Overigens had ik het schrijven van dit stukje nodig om mezelf te laten zien dat die Filosoof prima werk aflevert. Want ik heb af en toe last van Grootheidsschroom en ik zou wat meer in mezelf moeten geloven….

Dus….

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. Mijn hofhouding bestaat uit 13 onderdanen en één daarvan is de Filosoof.

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk.

Oh ja, is dat zo?

Alle personages die in mij wonen hebben daar op dit moment zo hun twijfels over. De Koningin weet namelijk even niet meer wat ze doen moet en er komt weinig hulp van binnenuit. De Schrijfster en de Vertelster zijn met grote moeite en lichte tegenzin vandaag aan het toetsenbordje gaan zitten om dit stukje in elkaar te zetten. De Kok loopt de hele dag te huilen omdat hij niet zo kan koken zoals hij eigenlijk zou willen. De Zigeunerin is woedend omdat ze zich gevangen voelt. De Nar kan er niet meer om lachen. De Amazone lijkt wel permanent getransformeerd in Meneer de Procrastinateur, Juffrouw Gebrek-aan-Eigenwaarde heeft weer de plaats in genomen van de Geliefde en de Sjamaan zit met de Tempelpriesteres te wachten tot dit alles weer over gaat. De Magiër lijkt elke vorm van toverkracht en creativiteit kwijt te zijn, de Schatbewaarder heeft niets te bewaren en Mannetje Schuldgevoel wijst met veel gevoel voor drama de schuldige aan van deze ongemakkelijke situatie: de Toneelspeler! Het is allemaal de schuld van mijn innerlijke Toneelspeler! Die heeft ’t gedaan! En dat Mannetje Schuldgevoel probeert verdorie op de troon te klimmen, om het nog wat erger te maken. Wat een chaos in mijn Koninkrijk!

Kijk, het zit zo: de Toneelspeler wil het toneel op, dat is zijn werk aan ’t hof dus dat moet-ie vooral doen. Er ligt al een paar jaar een mooie kans om mee te werken aan een grote Theatervoorstelling die met de Kerstdagen gespeeld wordt. De afgelopen 4 jaar liet ik daarom mijn Lief 3 maanden lang alle weekenden alleen met een vriezer vol bakjes en in december hing ik een 5jaar oude Kerstkrans aan de buitendeur, voor de Kerstsfeer. Vlak voor Oudjaar was ik weer thuis met mijn autootje afgeladen vol vuile was en een beetje verlepte première-boeketten. En de Toneelspeler en de Koningin hadden een heerlijke tijd gehad.

Twee jaar geleden speelden we een geniale dansvoorstelling “Alice in Winterwonderland” waarbij choreograaf Thom Stuart de verhalen van Lewis Caroll over Alice vermengde met de zwart-witte absurde geometrische wereld van Esscher, op speciaal hiervoor gearrangeerde Tsaikovski-melodieën die dan ook nog live gespeeld werden door het Residentie Orkest gedirigeerd door de 82jarige grootmeester Carl Davis. (“Wat een idioot lange zin” verzucht de Vertelster. “Maar ’t klopt wel” zegt de Schrijfster.)
Een geweldige theaterbelevenis dus.
En ik mocht meedoen. Ik zoefde over het toneel met mijn bizarre pruik op en in een waanzinnige jurk. Ja, zoefde. Want onder die jurk stond ik op een hoverboard. En het ging fantastisch! Ik reed niet de orkestbak in en de kunstsneeuw kwam niet tussen mijn wielen. Alles ging perfekt.
Gingen we dit jaar weer doen! Nee, niks leeftijdsgrens. Gewoon doen, het is 2 jaar geleden ook gelukt dus waarom nu niet?

Bij de 2e repetitie viel ik er af, achterover, net niet met m’n kop tegen de piano. Ik brak mijn pols en kneusde mijn heiligbeen. En zorgde voor algehele hilariteit bij de Spoedeisende Hulp, toen ze mijn leeftijd combineerden met een hoverboard-ongeval.

En nu zit ik dus thuis. Eerst suf van de pijnstillers. Ik kon me slecht concentreren, dus van lekker lezen kwam niet veel. Maar nu de pijn minder is, blijk ik ook niet rustig met een boek te kunnen zitten: ik ben ongeduldig en ontredderd. Letterlijk onthand. Ik heb bij allerlei gewone dingen hulp nodig: douchen, aankleden, boodschappen doen, een boterham smeren, een blikje openmaken, de was vouwen…. Mijn rechterarm zit in het gips, ik typ nu moeizaam met 1 vinger van mijn linkerhand… kan niet auto-rijden…. ik ben mijn vrijheid en mijn zelfstandigheid kwijt.

Vandaar de rommel in mijn Koninkrijk. Gefrustreerd vanwege mijn afhankelijkheid. Teleurgesteld omdat ik uiteraard niet aan deze voorstelling mee kan doen. Verveeld, omdat ik niet weet wat ik nu eens zal gaan doen, want wat kan ik dan wel? En ik voel me schuldig omdat ik mezelf in deze situatie heb gebracht. (Was ik onvoorzichtig tijdens de repetitie, nam ik onnodig risico? Is ’t allemaal egotripperij, dat verlangen om te performen? Mag ik dat nog willen?) Ik voel me schuldig omdat ik mijn Lief van z’n werk hou en hem heb veroordeeld tot Mantelzorger. Ik voel me schuldig omdat ik me laat verleiden tot het eten van zogenaamd troostvoer, wat me weer dikker maakt en ongelukkig en wat dus helemaal niet troost. En ik ben schuldig aan het in de steek laten van een voorstelling, voor het eerst in mijn hele performers-carrière…

Mannetje Schuldgevoel. Wat een hinderlijk ventje.

Ik, de Koningin, los dat ook niet in een handomdraai op. (“Dat kan niet hoor, zulke flauwe woordgrappen” mompelt de Vertelster. “Ach, voor ’n keertje” zegt de Schrijfster vergoelijkend.) Om van dat Mannetje af te komen, moet ik namelijk beginnen met helder nadenken. En dat gaat niet zo goed als je hersens vertroebeld worden door frustratie en boosheid en oneigenlijke argumenten.

Gelukkig is er voor de rol van de Hertogin in Alice in Winterwonderland een geweldige vervanging gevonden, dat scheelt wel in het schuldgevoel. En over niet al te lange tijd gaat het gips er af en ben ik weer van plan om van alles te gaan doen. Tot het zover is moet ik maar berusten in mijn lot en het als een wijze levensles proberen te aanvaarden.

PS. Ga het zien, die voorstelling! Ga het zien!

http://www.ddddd.nu/dansvoorstelling/alice-in-winterwonderland/

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. Ik hou van de harmonie die tegenwoordig in mijn rijk heerst, de rust, de balans. Zo was het natuurlijk niet altijd, ik heb ook zeer verwarrende periodes gekend!

Ze zeggen dat mensen op drie manieren kunnen reageren op ernstige stress: vechten, verlammen of vluchten. Hoewel ik soms wel kon vechten in grote woede, was ik, in tijden van oorlog en chaos in mijn binnenste, vooral goed in vluchten. Als kind al leefde ik in dromen en fantasie waardoor ik mijn ziekelijke moeder en mijn tirannieke vader beter kon hanteren. Ik vluchtte letterlijk op mijn 18de het ouderlijk huis uit. Ook later bleek dat ik regelmatig van moeilijkheden wegliep: om aan eenzaamheid te ontsnappen begon ik een relatie en als dat niet verliep zoals ik me gedroomd had, stapte ik weer eens op. Ik voelde me een Zwerver, altijd met een knapzakje klaar naar een ander baantje of een nieuw huis en vooral om weg te lopen van een Man. Aan dat zwerven kwam pas een eind toen ik besefte dat ik al thuis was. Thuis, in mijn eigen koninkrijk, helemaal vrij om te kiezen waar ik wil zijn en wat ik wil doen en met wie ik me verbonden wil voelen.

Ik hield die Zwerver eerst nog een beetje in de buurt, voor ’t geval we toch weer op pad moesten, maar hij lag jarenlang te slapen onder de oude appelboom. Dus op een dag besloot ik dat ik klaar was met zwerven en dat ik die Zwerver met dank aan bewezen diensten uit mijn koninkrijk kon verbannen.

Toch bleef er een vreemde lege plek in mijn koninkrijk. Een plaats voor iemand die vrijheidslievend is, met een omgeving die ze ‘thuis’ noemt, die persoonlijke ambities heeft en vooral een liefdevol hart. Je eigen onafhankelijke authentieke zelf is nog helemaal niet zo eenvoudig in een personage te laten vertegenwoordigen…. Maar omdat in de VS dansers in shows en musicals Gypsies worden genoemd – ze trekken immers van show naar show, steeds andere theaters, regisseurs en choreografen – kon ik een keuze maken.

De Zigeunerin.

Dat was een innerlijk feest toen ik haar vond! Kom maar voor mij werken, riep ik, de Koningin, blij. Jij bent precies wat ik zoek! Jij bent immers altijd thuis, waar je ook bent!

“Jazeker” zei de Zigeunerin. “Ik heb mijn eigen woonwagen bij me, ik ben altijd bij mezelf. Ik kan dansen op blote voeten op het strand of in een balletstudio. Ik ben soms een beetje hyper van alle opwinding en te veel wijn, maar ik heb ook tijd om stil in het kampvuur te staren. Oh ja, af en toe verlang ik naar de Gypsy-tijden. Dan jut ik de Performer op om iets in het theater te gaan doen! Ik reis trouwens graag heen en weer tussen de grote stad en platteland, want ik wil het allebei! Ik voel me thuis in dat kleine flatje en de drukte, tussen de winkels, de vrienden, de markt en de theaters. En ik voel me thuis in dat ruime huis en de rust, tussen de maisvelden en de schapenweitjes, met de honden en De Man. Ik hou van lunches in volle restaurantjes en brunches met een klein gezelschap in de tuin. Ik zit graag op de bank met de hond op schoot en soms zit ik met vrienden in een kroeg. Ik wil vrij zijn om mijn eigen keuzes te maken! Nu ben ik hier! Nu zie ik dat als werk. Nu leef ik met deze Man.”

Waar was je al die tijd, Zigeunerin? Waarom duurde het zo lang voordat je bij me kwam? “Oh, dat is volkomen duidelijk voor mij” zegt de Zigeunerin. “Voor alles is een tijd en een plaats. Zwerven was vroeger een overlevingsstrategie, u kon niet anders. Ik, de Zigeunerin, kon pas toetreden tot het koninkrijk nadat u, Majesteit, besloot om met pensioen te gaan. U was moe van het vechten tegen onderwaardering en u had lang genoeg verlamd in die verkeerde situatie gezeten, het was tijd om te vluchten. Het werd de laatste actie van de Zwerver.”

Ach ja. Ik dacht vroeger dat discipline, orde en regelmaat mijn leven in balans zou houden en dat al die keuzevrijheid en onafhankelijke authenticiteit chaos en oorlog in mijn hoofd zou veroorzaken. Jarenlang streefde en verlangde ik, als Koningin, tevergeefs naar harmonie met mezelf en vrede in mijn koninkrijk.

 

Dat heb ik bereikt sinds ik de Zigeunerin haar werk laat doen.

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. Voortdurend in de weer met 1 van mijn 13 onderdanen. In de keuken met de Kok, in een winkel met de Schatbewaarder, achter de computer met de Schrijfster, in de tuin met de Sjamaan…. maar ja, ik moet ook wel eens wat doen waar ik geen Talent voor heb: mijn bureau opruimen, een abonnement opzeggen of het fornuis poetsen bijvoorbeeld. En dan komt Meneer De Procrastinateur op bezoek.

De Wie?

De Procrastinateur. Prachtig Frans woord, maar heel goed in het Nederlands te gebruiken.

Meneer de Uitsteller dus. Vroeger kwam hij altijd als ik 15 stageverslagen moest lezen en van feedback moest voorzien (goh, wat een rommeltje in die kast, eerst even alles netjes recht zetten). En als ik iemand moest opbellen (dat doe ik straks wel). Mijn Geliefde probeerde me vroeger kleine management-trucjes te leren, zoals: alle post mag maar 1x door je handen, dus iets mee doen of meteen opbergen. (Ik had een bakje ingekomen-post, een bakje post-gezien, een bakje post-nog-opbergen, een bakje post-nog-iets-mee-doen…) Mijn huidige Lief adviseert me ook om alles onmiddellijk op te ruimen, scheelt heel veel tijd, zegt hij. Is allemaal waar, maar ja, Meneer De Procrastinateur is op bezoek.

Mijn vriendinnen kennen ‘m ook. Niet alleen van mij, hij komt ook langs bij hen. Slimme meiden zijn het, allemaal, echt waar. Met stevige carrières en goede banen enzo. “Ik werk beter onder tijdsdruk,” zeggen ze dan. Of: “Een deadline houdt me scherp en ik werk dan efficiënter.” Die uitvluchten heb ik niet eens, ik ben met pensioen en ik werk trouwens helemaal niet goed onder druk. Nee, ik weet dat ik er nù absoluut geen zin in heb. Ik ga gewoon iets anders doen, met Meneer De Procrastinateur. Ik ga lekker koken als ik geacht wordt te schrijven en ik ga heerlijk schrijven als ik eigenlijk moet poetsen en het is hoog tijd om te poetsen als ik mijn belastingpapieren bij elkaar moet zoeken… enzovoort. Maar zoals ik heb onderzocht van welk Talent Juffrouw Gebrek-aan-Eigenwaarde een deformatie is/was, zo kan ik ook uitzoeken wie zo ongelukkig is in mijn koninkrijk dat er een Meneer De Procrastinateur kan ontstaan.

Om dat te ontdekken kan ik het beste iedereen oproepen voor een algemene vergadering en kijken hoe ze er bij zitten. Daar zijn ze hoor, mijn onderdanen. De Sjamaan zit bij de honden, de Nar is de Schrijfster aan ‘t plagen, de Schatbewaarder, de Magiër, de Geliefde en de TempelPriesteres zitten te klaverjassen, de Kok bladert in een kookboek, de Zigeunerin werkt haar agenda bij, de Vertelster legt iets uit aan de Toneelspeler, de Filosoof …. hee, ik had er toch 13? Wie mis ik nou?

De Amazone.

Het is me onmiddellijk duidelijk dat Meneer De Procrastinateur een deformatie moet zijn van de Amazone. Maar, lieve Amazone, wat is er aan de hand? Ben je boos, ongelukkig of verdrietig? En wat kan ik, de Koningin, doen om je blij en gelukkig te maken?

“Om te beginnen, Majesteit, ben ik je ‘lieve’ niet” zegt de Amazone. “Ik ben mooi en sterk en strijdbaar. Niks ‘lief’. Ik ben een vechter. Ik ben voor niemand en niks bang. Als ik schiet, tref ik altijd doel. Dat heeft alles met assertiviteit te maken en niets met lief en meegaand….”

Ho even!

‘Lief’ is niet hetzelfde als ‘meegaand’, dat hebben we al lang geleden vastgesteld. Ik had ooit een Verzoener in dienst, die in mijn geval niet anderen met elkaar kon verzoenen – wat een prachtig talent zou zijn geweest – maar die mij, de Koningin, verzoende met allerlei onaangename situaties. Die liet me aanpassen en de zaken goedpraten en tegen mezelf zeggen dat het allemaal best meeviel, terwijl dat absoluut niet geval was. Dat meegaande kindvrouwtje en de Verzoener zijn al jaren verbannen uit mijn koninkrijk. Mijn cadeaudochter heeft ooit opgemerkt: “Pappa boft maar met jou, jij vindt alles goed” en toen moesten we toch echt even een goed gesprek voeren! Ik ben lief, vriendelijk en zorgzaam, ik maak me niet druk over kleine onbenulligheden en laat mijn Lief zijn wie hij is, maar ik vind niet ‘alles’ goed. Ik heb duidelijke grenzen en die worden streng bewaakt en zonodig met geweld verdedigd. Door jou, mijn fiere Amazone.

“Grenzen bewaken? Dat is mijn werk?” De Amazone lijkt verbaasd. “Ik dacht… ik dacht dat ik moest vechten tegen onrecht. Mijn Koningin verdedigen. Strijden om iets te bereiken. Dat soort dingen.” Ja, ook. Als ’t nodig is. Er waren tijden dat ik bekend stond om mijn woedende aanvallen waarbij de stoom uit mijn oren kwam, als ik dacht dat dingen anders geregeld moesten worden. We hebben vroeger gestreden voor studenten en lesprogramma’s, voor erkenning en succes, voor het hebben van een kamer voor mezelf, voor een rol in een film en plek in een tv-ballet. We hebben ons verdedigd tegen roddel en achterklap en tegen foute mannen. We zijn samen het gevecht aangegaan tegen suikerverslaving en overgewicht en kijk eens waar we nu zijn! Wat een verschil! We hebben moedig gevochten tegen nicotineverslaving, tegen burn-out, tegen eenzaamheid en tegen grootheidsschroom. Allemaal gedaan. Soms duurde het even, omdat we de strijd wilden uitstellen, maar uiteindelijk zijn we klaar nu. Er heerst vrede in mijn koninkrijk.

En bovendien is een Amazone geen Rambo, die met een machinegeweer te keer gaat in de hoop dat een van die kogels de slechterikken zal raken en intussen hele bloemperken vernielt en een onschuldige voorbijganger ook nog effe neermaait. Een Amazone kiest haar doel, richt kalm en beheerst en laat die pijl pas gaan als ze zeker weet dat ze raak kan schieten. Buitengewoon efficiënte methode met weinig slachtoffers. En heel erg geschikt voor Grensbewaking. Daarom heb ik je nodig, Amazone. Het is niet zo spectaculair maar ik kan niet zonder je! Want we moeten altijd op onze hoede zijn voor indringers en energie-zuigers. En vooral ontoelaatbaar gedrag zullen we moeten bestrijden. Niet alleen van anderen maar ook van een van mijn eigen onderdanen en zelfs van mij, je Koningin. Onverbiddelijk neerschieten!

De Amazone knikt. “Dus als u naar die zak chips grijpt…” Verzin maar iets om me te weerhouden! Laat me die foto zien, waar ik 14 kilo zwaarder ben! En niet uitstellen, je moet zeker vechten voor een goede zaak binnen het koninkrijk!

     

“En wat doen we met Meneer De Procrastinateur?” vraagt ze. “Als hij een vorm van mij is, kan ik hem niet echt neerschieten, dan verwond ik mezelf…” Ja, ik begrijp dat de ontdekking dat hij een deformatie van de Amazone is, niet onmiddellijk de oplossing biedt waardoor hij voor altijd zal verdwijnen. Hij is tegengesteld aan moedig vechten en hij zal ongetwijfeld af en toe weer op bezoek komen. Maar de Amazone en ik weten nu wel hoe we hem moeten bestrijden: gewoon even een innerlijk knokpartijtje.