Vandaag ben ik geinspireerd door Gordon.

Nee, niet door de zingert (want wie zou uit hem inspiratie kunnen halen?) Nee, in het tvprogramma Masterchef USA zie ik Gordon Ramsey aan een grote groep amateurkoks de opdracht geven een gerecht te maken met 1 ei. Eén. Het EI in de hoofdrol. En dan klaagt hij dat niemand er aan denkt een ei in rode wijn te pocheren. Om eerlijk te zijn, dat zou ik ook niet doen bij zo’n wedstrijd, mij te link. Pocheren is sowieso moeilijk en dan in rode wijn….

Maar net zoals de beperking van 250 woorden meestal een betere column oplevert dan wanneer ik oeverloos mag ouwehoeren, zo is de beperking van 1 ei wel degelijk inspirerend. Ik weet meteen wat ik zou maken: zabaglione.

Het recept van dit goddelijke nagerecht heb ik in de oertijd uit de Avenue geknipt.

O. Ik moet het even uitleggen, begrijp ik. De Avenue was een glossy voordat het woord glossy in zwang raakte. Een maandelijks tijdschrift, op mooi papier en met prachtige foto’s en styling. Wij babyboomers, die niet helemaal van de straat waren, lazen allemaal de Avenue, met mooie reisverhalen en gave fotoreportages. De voedsel-besprekingen van Wina Born, de Grande Dame van de Culinaire Journalistiek, waren ongeëvenaard. En ze waren vermaard om het wonderlijke taalgebruik. Ik heb dat recept in 1974, misschien 1976 uitgeknipt en ingeplakt en ik heb het nog steeds. Het is namelijk onovertroffen, dus waarom zou ik er iets aan veranderen?

Dit is bovendien het lievelingsdessert van mijn cadeauzoon, die vandaag jarig is. Dus, omdat het feest is, geef ik hier letterlijk (echt, dit was haar manier van schrijven) het recept van Wina Born: ZABAGLIONE.

“Een van de fijnste, subtielste, eenvoudigste en helaas meest mishandelde nagerechten die ik ken: de grote toer van Italiaanse maîtres die dit aan tafel bereiden met de zwier van een danseur noble en de gloed van een minnaar. Want als dit niet helpt, helpt niets. Zabaglione wordt vanouds aanbevolen als onfeilbaar afrodisiacum door Italiaanse Casanova’s en artsen (de dokter geeft het zijn eigen minnares).

Reken per persoon 1 eidooier op kamertemperatuur, 1 eetlepel suiker en 1 eetlepel Marsala (eventueel, maar slechts in noodgevallen, te vervangen door Sauternes of Vin Santo). Klop de dooier met de suiker boven de damp van heet water schuimig, voeg de wijn toe en klop tot het bindt tot een schuimige, fluweelachtige crème. Giet de zabaglione in een mooi glas, steek er eventueel een wafel of een lange vinger in en wacht vol vertrouwen de gevolgen af.”

zabaglione

Ik had beter een vette, biologische, Franse scharrelkip kunnen kopen en die dan à la bonne femme bereiden. Maar nee, het is Kerst en ik doe graag interessant, dus ik kocht een parelhoen. Mijn kerstdagen verliepen echter niet helemaal zoals ik dat gepland had en mijn kop stond niet naar moeilijk koken. Maar ons ben ook zunig: ik moest iets met dat hoen. Tussen de troost-telefoontjes en de whatsappjes door (vriendin met overleden man, vriendin met ziek kindje, – allemaal op 25 december) keek ik naar die verdomde magere kip en het liefst had ik alles weggemieterd, maar ja, dat doe ik dan weer niet. En ik bedacht iets eenvoudigs, iets wat niet kon mislukken.

Ik heb hem ( – hem? Zou het een parelhaan geweest zijn? – ) ingewreven met sinaasappelzest en venkelzaad en gevuld met sinaasappelparten. Voor de zekerheid nog wat vlokjes boter onder het vel geprutst en belegd met plakjes spek. En hup de oven in, omringd met spekjes en salie. Oven niet te hoog, beter wat langer in de oven.

hoen

Hij kwam er mooi uit, maar het blijft toch niet meer dan een magere kip. Dankzij het spek gelukkig wel sappig.

hoenklaar

En ik had het laatste halfuurtje sjalotten, snijbonen en wortel in de braadslee gedaan en dat dan samen met perfect geroosterde aardappelen: het was best wel een mooi plaatje op m’n bord.

hoenopbord

We kregen dat hoen natuurlijk niet op met z’n tweeën. Het vel was voor de hond en van een deel van het overgebleven koude vlees maakte ik de volgende dag een salade voor de lunch. Komkommer, uitjes en sauce tartare mengen met stukjes gaar parelhoen, hoe simpel kan het zijn. Ik had nog een paar plakjes bressola ter versiering en een kwastje van lente-ui, heerlijke feestlunch voor tweede Kerstdag. Geroosterd boterhammetje en een glaasje witte wijn erbij, helemaal niet verkeerd.

hoensalade

Het karkas ging vervolgens 3 uur pruttelen in twee-en-halve liter water in gezelschap van tijm, laurier en 4 bouillonblokjes. (Heb ik van Monica geleerd, zo’n karkas zit immers nog vol smaak!)

hoenkarkas

Zeven en afkoelen. Overtollig vet er af scheppen. Anderhalve liter bouillon invriezen, mooie basis voor soep of saus. De rest van de bouillon nog wat laten inkoken en daarna met boter en bloem een mooie ragout er van maken. De laatste stukjes hoen en alles wat ik nog van het karkas kon plukken erdoorheen, pasteibakjes opwarmen en serveren met de ragout. Feestlunch voor 27 december!

hoenragout

Mijn vriendin stuurde een foto van haar kindje toen we net zaten te eten: thuis, bij Opa en Oma! Het waren angstige en vervelende Kerstdagen geweest, ze moesten hun ski-vakantie afzeggen en konden niet aanwezig bij het grote kerstmis-familie-diner, maar het liep gelukkig allemaal goed af.

Na de pasteitjes-lunch vertrok ik naar mijn andere vriendin, om samen kleren voor haar te kopen voor de crematieplechtigheid van haar man. Zij zal voortaan elk jaar hele vreemde en beladen Kerstdagen hebben en mijn ervaringen met het parelhoen van deze Kerst interesseerden haar absoluut niet.

Maar in 2014 is het weer Kerst. En dan komt ze vast een mooie vette bio-kip à la bonne femme bij me eten. Bij leven en welzijn.

 

 

 

Hele vreemde dagen zijn dit. Het begon al op 23 december, toen ik niet kon slapen omdat ik iets te zwaar getafeld had. Om half drie ‘s nachts legde ik nog maar eens een wordfeud-woordje en kreeg tot mijn verbazing meteen antwoord. Vriendinnetje zit in het ziekenhuis met doodziek kindje en is blij dat ze iemand heeft om mee te chatten, zo midden in de nacht. Ze stuurt me foto’s en we kletsen wat en dan gaan we toch om ’n uur of half vier proberen te slapen.

Op 24 december zwaai ik mijn Lief uit, die met twee volle kratten voedsel naar zijn vader vertrekt, voor een kerstavonddiner met zijn familie. Het kerstdiner bij ons is geen optie meer, sinds onze oude hond dementeert: ze kan de drukte niet meer aan. Daarom heb ik gekookt, alles verpakt en de bereidings-beschrijvingen erbij geleverd. Het hoeft alleen maar opgewarmd op ’t fornuis en in de oven en mooi worden gepresenteerd.  Ik blijf thuis bij de oude hond. Eigenlijk wel lekker, kan ik rustig klooien in de keuken, een goed boek lezen en slechte kerstfilms kijken. Dan belt een andere vriendin: haar man wordt geopereerd nu, vanavond weten we meer.

Eerste kerstdag ben ik onrustig vanwege mijn twee vriendinnen. De ene vriendin viert Kerst in het ziekenhuis. In de middag belt de andere op: haar man is gestorven.

En dan denk ik aan nieuwjaarsdag 2005 en ik weet weer hoe bizar ik het vond dat iedereen “gelukkig nieuwjaar” zei. Hoezo gelukkig? Mijn Geliefde is dood, ik heb nooit meer een Gelukkig Nieuwjaar, dacht ik toen. En nu zie ik overal Merry Christmas en Fijne Feestdagen. Hoezo vrolijk? Vanmorgen kreeg ik een smsje: “Ga je mee een pak kopen?” Ja natuurlijk ga ik mee. Zij ging toen met me mee naar Den Haag omdat ik beslist een zwart hoedje (met een voile) wilde hebben voor de crematieplechtigheid van mijn Geliefde. Dus is schreef terug: “Hoedje erbij?” Het antwoord kwam binnen een paar minuten. “Nee, doe maar niet. Dat zakt af, dat verlies ik of laat ik ergens liggen. Of ik krijg het voor elkaar er mosterdvlekken op te maken. Je kent me.” Zo mooi als iemand in z’n ellende nog zelfspot heeft. En ik moest grinniken.

Toch een beetje Vrolijk Kerstfeest.

Visfeest

In deze pre-Kerstperiode eet ik graag de vriezer leeg, want ik denk dat ik plek moet hebben voor de Kerst-kliekjes. Bovendien heb ik net een leverancier ontdekt van biologisch kalfsvlees, die echter uitsluitend horeca-hoeveelheden levert, vandaar dat ik nu in het bezit ben van 10 kilo kalfsschenkels. (Gelukkig mag ik het meeste in de vrieskast van de leverancier bewaren, anders was het echt niet te doen geweest!) Maar gisteren was de dag dat ik dacht: wat moet dringend op – en wat maak ik daar dan van?

Er zijn kleine Franse kipjes, er is eendenborst en een parelhoen. Er zijn twee grote konijnenachterbouten en een lamsrackje. En vis. Gewone koolvis, was vorige maand in de aanbieding. Zeewolf, van de markt, zelf ingevroren. Waarom kocht ik ooit zeewolf? Ik wilde het met rode pesto insmeren en omwikkelen met pancetta en dan in de oven, maar ik heb daar van af gezien. Gerookte makreel, in een opwelling veel te veel gekocht. Ik besluit tot een fish pie met de zeewolf en de gerookte makreel. Nigella geeft 2 recepten en mijn nichtje uit Engeland stuurt er ook nog eentje. Dat moet lukken!

Ik ben dol op vis. Maar helaas tref ik steeds partners die een beetje angstig gaan kijken bij het woord vis. Vis is kennelijk iets engs of ze hebben allemaal slechte herinneringen aan gekookte vis met mosterdsaus, net als ik. Mijn eerste man was nog wel zo avontuurlijk om zelf paella te maken met mosselen, inktvis en garnalen, maar verder at hij uitsluitend vissticks. Mijn tweede man kon ik blij maken met een gebakken zeetong, maar niet al te vaak. Mijn derde man weigerde elke vorm van vis. Mijn vierde man at alleen gebakken zalmfilet zonder graten, want hij werd ziek van de lucht van gepocheerde vis en graten vond hij eng. Maar die kon nog wel gelukkig worden van haring, van grote garnalen of van een pan mosselen (liefst in Antwerpen of Blankenberge). En nu is mijn huidige Lief in elk geval zo dapper om alles te proeven wat ik maak, behalve schelpen, want daar wordt hij ziek van. Maar inmiddels zijn we zover dat ik weet dat ik het niet meer moet proberen: mijn Lief houdt niet zo van vis. Zwaardvis, kabeljauw-met-citroen, forel-met-amandeltjes, gebakken schol: doe maar niet. Hij houdt merkwaardigerwijs wel van rauwe vis: ceviche, haring, tonijntartaar, gravad lachs en sashimi. En grote, gebakken garnalen: heerlijk.

Laat ik het maar meteen bekennen: de fish pie was geen succes. Mijn Lief schoof zijn bordje beleefd maar resoluut opzij en ik kon hem geen ongelijk geven.

visragout

Ik had een prachtige gevulde visragout gemaakt (met prei, rode paprika en doperwtjes, zeewolf en makreel) en heerlijke romige aardappelpuree en het zag er mooi uit, maar het deed me erg aan de kookkunst van mijn moeder denken. En dat was niet best, helaas.

fishpie

Toch heb ik ook fantastische visherinneringen. Garnalenkroketjes, die ik bij de visboer haalde en dan naar huis holde ik om ze nog warm bij de zaterdaglunch te kunnen eten. Gebakken spierinkies en gebakken hom en kuit uit een papiertje op de markt. Haring aan de staart, bij de haringstal aan de haven, waar het prachtige bordje hing: “Gelieve de afgehapte haring niet nogmaals door de uien te halen.” Met mijn vader naar het visrestaurant om fruit de mer te eten voor mijn zestiende verjaardag!

Maar de mooiste en de lekkerste visherinnering is die keer dat ik gebakken scharretjes at, in de keuken bij mijn vriendinnetje. Met z’n allen om de tafel die eigenlijk te klein was voor zo veel mensen. Zeiltje over de tafel, een grote bak met zure komkommersla en een pan gebakken aardappelen. En de moeder van mijn vriendin bakte in twee pannen een eindeloze hoeveelheid kleine scharretjes, die we om de beurt zo uit de pan op ons bordje kregen en dan mochten afkluiven van de graat. Ik zat daar zo gelukkig te wezen, op een krukje ingeklemd tussen mijn vriendin en een van haar broers of zusjes.  Ik keek gefascineerd hoe handig die moeder de visjes bakte, hoewel ze de pan op een vreemde manier vasthield, want ze had een ooit gebroken, stijve vinger. Ik was een jaar of 12 en dat beeld is me altijd bijgebleven. Dat wou ik namelijk ook, later, als ik groot was: in twee pannen een grote hoeveel scharretjes bakken, voor iedereen die maar aan mijn keukentafel wou gaan zitten.

Het is er nooit van gekomen.

Mijn moeder verliet mijn vader na 29 jaar huwelijk.

“Ik wou dat dertigjarige-huwelijksfeest niet meer meemaken,” zei mijn moeder tegen mij, toen ze eenmaal gesetteld was in haar nieuwe huisje. Ze was verhuisd van een groot dubbel bovenhuis naar een minuscuul hofjeshuisje met maar 2 kamertjes en had daarom erg veel dingen achter moeten laten. Maar een paar meubels uit mijn jeugd waren meegekomen, zoals de ronde mahoniehouten tafel en het kastje met de grote, diepe laden. Zo vertrouwd, die tafel met een vlek die mijn broertje er nog in heeft gemaakt. En de inhoud van het 3-ladenkastje ken ik uit m’n hoofd. (Bovenste la: handschoenen, sjaals, mutsen en petten. Middelste la: ondergoed, kousen en nachthemden. Onderste la: sokken, rommeltjes en cadeautjes zoals stukken zeep, shampooflesjes uit een hotel, papieren zakdoeken, lintjes en bloemetjes van cadeautjes afgepeuterd, opgevouwen cadeaupapier, kleine flesjes sterke drank, houten poppetjes…. )

Ik keek in de bovenste la en lachte om een nieuwe, felroze wollen muts. Ik opende de tweede la en verwachtte de grote onderbroeken en de degelijke flanellen nachtjaponnen.. en haalde iets van rood kant te voorschijn. “Wat is dit?” riep ik, het gevalletje theatraal tussen duim en wijsvinger omhoog houdend. Mijn moeder griste het uit m’n handen. “Dat is een kanten slipje, dat zie je toch!” En toen koket: “Ik heb er ook een nachthemdje bij.”

Mijn moeder. Die ik ken in haar grote roze warme onderbroeken uit de jaren vijftig. Waarvan ik weet dat ze sokken aan heeft in bed. Mijn moeder, met gigantische billen en cellulitis dijen. Mijn moeder van 64 bezit tegenwoordig een rood kanten nachthemdje. “Ik heb een roze ook,” zegt ze tevreden. “Dat vindt Arnold leuk, dus dan trek ik dat aan, als-ie op bezoek komt.”

Ik ben werkelijk totaal verbijsterd. Ik ben 24 en volop bezig met de mannen. Ik verwacht zoiets dus niet van mijn moeder. Maar mijn moeder blijkt behalve Arnold ook nog andere heren te ontvangen en ze kan er smakelijk over vertellen. Ik voel me uiterst ongemakkelijk, want ze is 64 en dat lijkt me veel te oud om nog geïnteresseerd te zijn in seks, laat staan om kanten slipjes aan te trekken. En ik denk: “ik wil niet zo raar gaan doen, als ik oud ben.”

Ja ja.

Ik blijk toch meer op mijn moeder te lijken dan ik wilde.

IMG_0113

 

Tot mijn schrik ben ik in het oma-stadium terechtgekomen. Dat komt zo:

Een bijna 30-jaar jonger vriendinnetje zit volop in de moederfase, 2 kindjes al naar school en nog een baby als toetje. Er is een hardwerkende aardige echtgenoot, een fijn huis, zelf heeft ze ook een leuke baan, maar ik had haar lang niet gezien en het loopt tegen de Kerst, kortom, ik moest haar dringend eens een zondagje opzoeken. Voor ik het goed en wel besefte zat ik gezellig spelletjes te doen, verzon ik ter plekke verhaaltjes om het wachten op de tram te veraangenamen en bakte ik soldaatjes om de spinazie te vergezellen. Geef toe, dat zijn Oma-dingen.

Maar mijn vriendin ziet dat heel anders. “Je bent mijn moeder toch niet!” roept ze uit. “Wij doen samen vriendinnen-dingen, dat is echt iets heel anders dan moeder-dochter-dingen!” Oh ja? Wat dan? “Ik heb je hulp nodig, ” zegt ze, “Ik ben een beetje uit de running, na die laatste baby. Ik wil weer minnares zijn, niet alleen maar moeder! Hoe ga ik dat aanpakken? Geef me adviezen! Je denkt toch niet dat dit een gespreksonderwerp is voor bij de lunch met mijn moeder?”

En dus gaan we een middag shoppen in lingeriewinkels en krijgen we natuurlijk de slappe lach in de pashokjes. En daarna halen we de kinderen uit school en de baby uit de crèche en zitten we met thee en koekjes aan de keukentafel. “Hadden jullie een leuke dag?” vraagt haar man. Wij knikken onschuldig. En omdat ik ze ook een leuke nacht gun, die nauwkeurig gepland moet worden tussen de flesjes van de baby in, ga ik maar vroeg naar huis.

Zo werd het een vrolijke Kerst. Want ik heb natuurlijk ook mijn slag geslagen in die lingeriewinkel!

22kerstverrassing

Mijn vriendin is jarig. Dat wordt intensief gevierd: een hele middag met 6 vrouwen.

We zien elkaar maar 1 keer per jaar, vanzelfsprekend neemt iedereen dan de tijd om een update te geven van wat ons bezighoudt.  We praten op zo’n dag over beeldende kunst en reizen, over werk en financiën, over geluk en angst, gezondheid en ziekzijn, over coaching en psychologie, spiritualiteit en bruiloften, over het huwelijk en de liefde, over eten en kleinkinderen en… en … en … en we lachen, mopperen, huilen, juichen, drinken champagne en eten nog een hapje. En na afloop, als 5 vrouwen weer naar hun eigen huis gaan, hebben we het idee dat we zo verschrikkelijk intens verbonden zijn met elkaar! Ik kan me dan niet voorstellen, dat we elkaar weer een jaar lang uit het oog zullen verliezen. En zo gaat het toch, we wonen verspreid door het land, we hebben andere vrienden en drukke levens. We zijn zo verschillend en toch ook weer niet.

Een clubje vrouwen dat elk jaar bij elkaar komt om de verjaardag van hun gezamenlijke vriendin te vieren, ik blijf dat prachtig vinden. Hoe lang doen we dit al? Toch zeker een jaar of tien! We hebben feestjes gehad met dansen en meditatie, met de tarot en Mamma Mia, met strandwandelingen en vuurceremonies en met heerlijke maaltijden. Maar dit jaar moeten we zo dringend praten, we hebben daarom deze keer geen tijd om ook nog gezamenlijk te koken. De jarige heeft een cateraar gevraagd om mooie hapjes neer te zetten. Neerzetten en dan wegwezen, want we willen gewoon met z’n zessen zijn!

De cateraar is jong. Hij legt aan mij uit wat we mogen eten en zo heb ik opeens de regie van het voedsel.  Dit staat er allemaal klaar: kleine pizza’s, die geen pizza’s zijn, eerder flinterdunne blini’s met zalm, tonijn en carpaccio.

minipizza's

Een pompoensoepje over een duxelles van wilde paddestoelen, met een dotje crème fraîche op de rand van het bord en een hele dunne crouton.

soepje

Een tartaartje met een groentechip gegarneerd.

tartaartje

Een salade van linzen met tomaatjes en fêta en een mosterdvinaigrette.

linzen

Een parelhoenfileetje, moet nog 10 minuten in de oven. Hij legt me zelfs uit hoe de oven werkt. (Geen foto gemaakt, dat komt er van als je zo druk bezig bent. Bovendien kregen we het fileetje niet meer op: de echtgenoot van de jarige mocht nog twee dagen parelhoen eten)

Prachtig opgemaakte borden, tafel zorgvuldig gedekt, er wordt niks aan het toeval overgelaten.

Ik heb de taartjes gemaakt. Qua opmaak niet helemaal in stijl met de rest van het eten, maar met de smaak is niks mis! Een chocoladetaartje (lijkt op dat taartje van 5 december) en een citroentaartje.

taartjes

Key Lime Pie, maar dan met gewone limoenen, niet met speciale key limes. Het recept vond ik niet bij Nigella, maar gelukkig wel in mijn map met uitgeknipte recepten, compleet met mijn aantekeningen erbij. Simpel, maar doeltreffend, verdomd lekker en niet zo zwaar.

Hier is het recept waarmee je een taart van 8 tot 10 punten maakt. Speciaal voor Hanneke, Anja, Chaja, Ria en Iris.

Voor de bodem:

  • 130 gram digestive-koekjes (iets meer dan een halve rol)
  • 75 gram boter

voor de vulling:

  • 150 gram boter
  • 130 gram (riet)suiker
  • 4 limoenen
  • 2 hele eieren
  • 2 eidooiers

voor de topping:

  • 2 eiwitten
  • 30 gram poedersuiker

warm de oven voor: 180 graden

Smelt de boter voor de bodem, maar laat niet bruin worden! Maal de koekjes, schep het koekjeskruim door de gesmolten boter. Druk in een licht ingevette lage vorm. Werk met een rubberspatel of de achterkant van een lepel. Maak ook een opstaand randje. Zet de bodem in de koelkast.

Was 2 limoenen en boen ze zo schoon mogelijk of beter: gebruik biologische limoenen en spoel die even af. Droog de limoenen en rasp de schil (alleen de groene schil, geen wit mee raspen!) of trek sliertjes met een zesteur. Zet de schilletjes apart voor later.

Smelt de boter voor de vulling met de suiker, op laag vuur!

Pers 4 limoenen uit.

Roer 2 eieren los. Splits 2 eieren, zorg dat er geen dooier bij het eiwit zit! Doe de eiwitten in een vetvrije kom, zet koel weg. Roer de dooiers los met de twee hele eieren.

Roer het sap en de schilletjes door het boter/suikermengsel als de suiker niet meer zichtbaar is. Blijf goed roeren, hou het vuur laag. Roer nu de 2 hele eieren en 2 dooiers door het mengsel en blijf goed roeren tot het gaat binden. Giet de vulling op de bodem en zet in de oven, ongeveer 40 minuten. Laat helemaal afkoelen in de vorm!!

Klop de eiwitten stijf met de poedersuiker en smeer het eiwit in rustieke pieken op de afgekoelde taart. Zet 1 minuut onder de grill of gebruik zo’n handig brandertje!

Let op: de taart moet koel blijven, anders wordt de bodem te brokkelig en kun je het niet snijden. Maar de topping gaat na een tijdje “zweten”, dat doet niks aan de smaak af, maar het ziet er minder mooi uit. Om indruk te maken, moet de topping dus niet te lang voor het serveren gemaakt worden.

taartjes, lekker!