Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. Twaalf talenten (eigenschappen, dienaren) wonen in mij om mij compleet te maken. En alle twaalf hebben ze tijd en aandacht nodig van de Koningin, zodat het leven van de Koningin in balans is en zodat alle talenten de kans krijgen om datgene te doen waar ze goed in zijn.

Oh, sorry, ik heb er 13. Ik weet niet meer hoe dat kwam, maar ik heb gewoon een extra talent nodig om ten volle te functioneren. Behoorlijk ingewikkeld, dat innerlijke koninkrijk. Vol tegenstrijdigheden, lijkt het. Maar voor mij niet, voor mij klopt het zo precies. Maar zoals ik al zei: ze hebben allemaal tijd en aandacht nodig. En omdat de Schrijfster in mij zo aandrong begon ik een blog-pagina, met fijne schrijfsels en verslagen van die interne gesprekken. En op een dag hield dat op. Met een reden.

Ik schreef wel, maar aan toneelstukken en een monoloog, ongeschikt voor de pagina. (Hoewel ik nu denk: misschien ook wel leuk om stukjes te laten lezen, maar dat is dan weer een ander projectje). Ik werd ook ziek. Zieker dan ik zelf begreep, alhoewel het niet levensbedreigend was. Toen ik, na 3 maanden, enigszins hersteld was, ging ik repeteren voor een grote Kerstproductie van DeDDDD. En daarbij moest ik nog 15 kilo zien af te vallen. Dat kostte allebei tijd en energie! Maar in maart was ik op gewicht en toen kwam de strijd om dat zo te houden (daar zit ik dus nog middenin…). In mei schreef ik nog maar even 2 korte toneelstukken en raakte daarna in een nieuw soort impasse. Hoe nu verder?

Ik legde een Tarot voor mezelf. Altijd handig als je zelf heus de antwoorden wel weet, maar een excuus zoekt om het toch anders te doen. Deze keer had ik als uitkomst “de Gehangene”. Wat een fijne kaart! Het was tijd om ondersteboven naar de wereld te kijken. Om eventueel te ontdekken dat alles er vanaf die kant heel anders uitziet. Het was ook tijd om stil te hangen, even niet te rennen en vliegen en doorgaan. Ik ging maar weer mediteren, dat deed ik vroeger elke ochtend 10 minuten – waarom was ik daar ooit mee gestopt? Die stilstand, dat vastzitten, is het begin van een inzicht. Wellicht moeten er gewoonten of zienswijzen veranderen, misschien moet iets wat overbodig is geworden of zich niet verder kan ontwikkelen gewoon worden weggegooid. Ik heb me voorgenomen dat ik blijf hangen, tot het inzicht er is.

En dan begin ik weer van voren af aan, dan zal ik alle 13 dienaren/talenten aan het woord laten, zelfs als ze hier al hun zegje (check alle interne gesprekken) hebben mogen doen. Ik hoop dat jullie met me mee lezen.

Advertenties

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. Ik hou van de harmonie die tegenwoordig in mijn rijk heerst, de rust, de balans. Zo was het natuurlijk niet altijd, ik heb ook zeer verwarrende periodes gekend!

Ze zeggen dat mensen op drie manieren kunnen reageren op ernstige stress: vechten, verlammen of vluchten. Hoewel ik soms wel kon vechten in grote woede, was ik, in tijden van oorlog en chaos in mijn binnenste, vooral goed in vluchten. Als kind al leefde ik in dromen en fantasie waardoor ik mijn ziekelijke moeder en mijn tirannieke vader beter kon hanteren. Ik vluchtte letterlijk op mijn 18de het ouderlijk huis uit. Ook later bleek dat ik regelmatig van moeilijkheden wegliep: om aan eenzaamheid te ontsnappen begon ik een relatie en als dat niet verliep zoals ik me gedroomd had, stapte ik weer eens op. Ik voelde me een Zwerver, altijd met een knapzakje klaar naar een ander baantje of een nieuw huis en vooral om weg te lopen van een Man. Aan dat zwerven kwam pas een eind toen ik besefte dat ik al thuis was. Thuis, in mijn eigen koninkrijk, helemaal vrij om te kiezen waar ik wil zijn en wat ik wil doen en met wie ik me verbonden wil voelen.

Ik hield die Zwerver eerst nog een beetje in de buurt, voor ’t geval we toch weer op pad moesten, maar hij lag jarenlang te slapen onder de oude appelboom. Dus op een dag besloot ik dat ik klaar was met zwerven en dat ik die Zwerver met dank aan bewezen diensten uit mijn koninkrijk kon verbannen.

Toch bleef er een vreemde lege plek in mijn koninkrijk. Een plaats voor iemand die vrijheidslievend is, met een omgeving die ze ‘thuis’ noemt, die persoonlijke ambities heeft en vooral een liefdevol hart. Je eigen onafhankelijke authentieke zelf is nog helemaal niet zo eenvoudig in een personage te laten vertegenwoordigen…. Maar omdat in de VS dansers in shows en musicals Gypsies worden genoemd – ze trekken immers van show naar show, steeds andere theaters, regisseurs en choreografen – kon ik een keuze maken.

De Zigeunerin.

Dat was een innerlijk feest toen ik haar vond! Kom maar voor mij werken, riep ik, de Koningin, blij. Jij bent precies wat ik zoek! Jij bent immers altijd thuis, waar je ook bent!

“Jazeker” zei de Zigeunerin. “Ik heb mijn eigen woonwagen bij me, ik ben altijd bij mezelf. Ik kan dansen op blote voeten op het strand of in een balletstudio. Ik ben soms een beetje hyper van alle opwinding en te veel wijn, maar ik heb ook tijd om stil in het kampvuur te staren. Oh ja, af en toe verlang ik naar de Gypsy-tijden. Dan jut ik de Performer op om iets in het theater te gaan doen! Ik reis trouwens graag heen en weer tussen de grote stad en platteland, want ik wil het allebei! Ik voel me thuis in dat kleine flatje en de drukte, tussen de winkels, de vrienden, de markt en de theaters. En ik voel me thuis in dat ruime huis en de rust, tussen de maisvelden en de schapenweitjes, met de honden en De Man. Ik hou van lunches in volle restaurantjes en brunches met een klein gezelschap in de tuin. Ik zit graag op de bank met de hond op schoot en soms zit ik met vrienden in een kroeg. Ik wil vrij zijn om mijn eigen keuzes te maken! Nu ben ik hier! Nu zie ik dat als werk. Nu leef ik met deze Man.”

Waar was je al die tijd, Zigeunerin? Waarom duurde het zo lang voordat je bij me kwam? “Oh, dat is volkomen duidelijk voor mij” zegt de Zigeunerin. “Voor alles is een tijd en een plaats. Zwerven was vroeger een overlevingsstrategie, u kon niet anders. Ik, de Zigeunerin, kon pas toetreden tot het koninkrijk nadat u, Majesteit, besloot om met pensioen te gaan. U was moe van het vechten tegen onderwaardering en u had lang genoeg verlamd in die verkeerde situatie gezeten, het was tijd om te vluchten. Het werd de laatste actie van de Zwerver.”

Ach ja. Ik dacht vroeger dat discipline, orde en regelmaat mijn leven in balans zou houden en dat al die keuzevrijheid en onafhankelijke authenticiteit chaos en oorlog in mijn hoofd zou veroorzaken. Jarenlang streefde en verlangde ik, als Koningin, tevergeefs naar harmonie met mezelf en vrede in mijn koninkrijk.

 

Dat heb ik bereikt sinds ik de Zigeunerin haar werk laat doen.

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. Voortdurend in de weer met 1 van mijn 13 onderdanen. In de keuken met de Kok, in een winkel met de Schatbewaarder, achter de computer met de Schrijfster, in de tuin met de Sjamaan…. maar ja, ik moet ook wel eens wat doen waar ik geen Talent voor heb: mijn bureau opruimen, een abonnement opzeggen of het fornuis poetsen bijvoorbeeld. En dan komt Meneer De Procrastinateur op bezoek.

De Wie?

De Procrastinateur. Prachtig Frans woord, maar heel goed in het Nederlands te gebruiken.

Meneer de Uitsteller dus. Vroeger kwam hij altijd als ik 15 stageverslagen moest lezen en van feedback moest voorzien (goh, wat een rommeltje in die kast, eerst even alles netjes recht zetten). En als ik iemand moest opbellen (dat doe ik straks wel). Mijn Geliefde probeerde me vroeger kleine management-trucjes te leren, zoals: alle post mag maar 1x door je handen, dus iets mee doen of meteen opbergen. (Ik had een bakje ingekomen-post, een bakje post-gezien, een bakje post-nog-opbergen, een bakje post-nog-iets-mee-doen…) Mijn huidige Lief adviseert me ook om alles onmiddellijk op te ruimen, scheelt heel veel tijd, zegt hij. Is allemaal waar, maar ja, Meneer De Procrastinateur is op bezoek.

Mijn vriendinnen kennen ‘m ook. Niet alleen van mij, hij komt ook langs bij hen. Slimme meiden zijn het, allemaal, echt waar. Met stevige carrières en goede banen enzo. “Ik werk beter onder tijdsdruk,” zeggen ze dan. Of: “Een deadline houdt me scherp en ik werk dan efficiënter.” Die uitvluchten heb ik niet eens, ik ben met pensioen en ik werk trouwens helemaal niet goed onder druk. Nee, ik weet dat ik er nù absoluut geen zin in heb. Ik ga gewoon iets anders doen, met Meneer De Procrastinateur. Ik ga lekker koken als ik geacht wordt te schrijven en ik ga heerlijk schrijven als ik eigenlijk moet poetsen en het is hoog tijd om te poetsen als ik mijn belastingpapieren bij elkaar moet zoeken… enzovoort. Maar zoals ik heb onderzocht van welk Talent Juffrouw Gebrek-aan-Eigenwaarde een deformatie is/was, zo kan ik ook uitzoeken wie zo ongelukkig is in mijn koninkrijk dat er een Meneer De Procrastinateur kan ontstaan.

Om dat te ontdekken kan ik het beste iedereen oproepen voor een algemene vergadering en kijken hoe ze er bij zitten. Daar zijn ze hoor, mijn onderdanen. De Sjamaan zit bij de honden, de Nar is de Schrijfster aan ‘t plagen, de Schatbewaarder, de Magiër, de Geliefde en de TempelPriesteres zitten te klaverjassen, de Kok bladert in een kookboek, de Zigeunerin werkt haar agenda bij, de Vertelster legt iets uit aan de Toneelspeler, de Filosoof …. hee, ik had er toch 13? Wie mis ik nou?

De Amazone.

Het is me onmiddellijk duidelijk dat Meneer De Procrastinateur een deformatie moet zijn van de Amazone. Maar, lieve Amazone, wat is er aan de hand? Ben je boos, ongelukkig of verdrietig? En wat kan ik, de Koningin, doen om je blij en gelukkig te maken?

“Om te beginnen, Majesteit, ben ik je ‘lieve’ niet” zegt de Amazone. “Ik ben mooi en sterk en strijdbaar. Niks ‘lief’. Ik ben een vechter. Ik ben voor niemand en niks bang. Als ik schiet, tref ik altijd doel. Dat heeft alles met assertiviteit te maken en niets met lief en meegaand….”

Ho even!

‘Lief’ is niet hetzelfde als ‘meegaand’, dat hebben we al lang geleden vastgesteld. Ik had ooit een Verzoener in dienst, die in mijn geval niet anderen met elkaar kon verzoenen – wat een prachtig talent zou zijn geweest – maar die mij, de Koningin, verzoende met allerlei onaangename situaties. Die liet me aanpassen en de zaken goedpraten en tegen mezelf zeggen dat het allemaal best meeviel, terwijl dat absoluut niet geval was. Dat meegaande kindvrouwtje en de Verzoener zijn al jaren verbannen uit mijn koninkrijk. Mijn cadeaudochter heeft ooit opgemerkt: “Pappa boft maar met jou, jij vindt alles goed” en toen moesten we toch echt even een goed gesprek voeren! Ik ben lief, vriendelijk en zorgzaam, ik maak me niet druk over kleine onbenulligheden en laat mijn Lief zijn wie hij is, maar ik vind niet ‘alles’ goed. Ik heb duidelijke grenzen en die worden streng bewaakt en zonodig met geweld verdedigd. Door jou, mijn fiere Amazone.

“Grenzen bewaken? Dat is mijn werk?” De Amazone lijkt verbaasd. “Ik dacht… ik dacht dat ik moest vechten tegen onrecht. Mijn Koningin verdedigen. Strijden om iets te bereiken. Dat soort dingen.” Ja, ook. Als ’t nodig is. Er waren tijden dat ik bekend stond om mijn woedende aanvallen waarbij de stoom uit mijn oren kwam, als ik dacht dat dingen anders geregeld moesten worden. We hebben vroeger gestreden voor studenten en lesprogramma’s, voor erkenning en succes, voor het hebben van een kamer voor mezelf, voor een rol in een film en plek in een tv-ballet. We hebben ons verdedigd tegen roddel en achterklap en tegen foute mannen. We zijn samen het gevecht aangegaan tegen suikerverslaving en overgewicht en kijk eens waar we nu zijn! Wat een verschil! We hebben moedig gevochten tegen nicotineverslaving, tegen burn-out, tegen eenzaamheid en tegen grootheidsschroom. Allemaal gedaan. Soms duurde het even, omdat we de strijd wilden uitstellen, maar uiteindelijk zijn we klaar nu. Er heerst vrede in mijn koninkrijk.

En bovendien is een Amazone geen Rambo, die met een machinegeweer te keer gaat in de hoop dat een van die kogels de slechterikken zal raken en intussen hele bloemperken vernielt en een onschuldige voorbijganger ook nog effe neermaait. Een Amazone kiest haar doel, richt kalm en beheerst en laat die pijl pas gaan als ze zeker weet dat ze raak kan schieten. Buitengewoon efficiënte methode met weinig slachtoffers. En heel erg geschikt voor Grensbewaking. Daarom heb ik je nodig, Amazone. Het is niet zo spectaculair maar ik kan niet zonder je! Want we moeten altijd op onze hoede zijn voor indringers en energie-zuigers. En vooral ontoelaatbaar gedrag zullen we moeten bestrijden. Niet alleen van anderen maar ook van een van mijn eigen onderdanen en zelfs van mij, je Koningin. Onverbiddelijk neerschieten!

De Amazone knikt. “Dus als u naar die zak chips grijpt…” Verzin maar iets om me te weerhouden! Laat me die foto zien, waar ik 14 kilo zwaarder ben! En niet uitstellen, je moet zeker vechten voor een goede zaak binnen het koninkrijk!

     

“En wat doen we met Meneer De Procrastinateur?” vraagt ze. “Als hij een vorm van mij is, kan ik hem niet echt neerschieten, dan verwond ik mezelf…” Ja, ik begrijp dat de ontdekking dat hij een deformatie van de Amazone is, niet onmiddellijk de oplossing biedt waardoor hij voor altijd zal verdwijnen. Hij is tegengesteld aan moedig vechten en hij zal ongetwijfeld af en toe weer op bezoek komen. Maar de Amazone en ik weten nu wel hoe we hem moeten bestrijden: gewoon even een innerlijk knokpartijtje.

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. Er zijn er echter momenten dat ik toegesproken word door één van mijn onderdanen alsof ik een gewone vrouw ben. Niks Majesteit: mijn dienaar is ontstemd! Het is aan mij, de Koningin om te bepalen of die onderdaan te kort gedaan is en wat we er dan aan moeten doen.

“Dit kan zo niet langer” hoorde ik. Omdat ik net voorovergebogen in een bak met onduidelijke keukenspulletjes stond te grabbelen, kwam ik met ruk overeind en gooide daarbij 3 kopjes van de plank. Kapot, natuurlijk. Ik zakte door m’n knieën om de scherven op te rapen. “Laat maar” zei de jonge vrouw die aan kwam lopen met stoffer en blik. “Sorry..” zei ik verlegen, “Ik zal ze vergoeden.” “Dat is aardig van u, maar ’t hoeft niet, hoor. We breken allemaal wel eens wat.” Ze veegde de scherven efficiënt bij elkaar en liep zingend weg: “Heb je even voor mij…” Radio 538 schalde opgewekt door de winkelruimte.

Die middag liep de Verzamelaar blij in de kringloopwinkel rond en probeerde mijn andere innerlijke personages over te halen tot het aanschaffen van een idioot handtasje (kan de Toneelspeler vast wel gebruiken, ooit), een grappig beeldje van een dik engeltje (leuk om cadeau te doen, een zelfportret, hè Nar?) een lelijk vitrinekastje (daar kunnen best veren in, Sjamaan) en een handig radertje om mooie randjes te maken aan dichtgevouwen pasteitjes – die de Kok nooit maakt – en toen zei een stem in mij: “Dit kan zo niet langer.”

De Schatbewaarder.

Ik was me niet zo bewust van een Schatbewaarder in mijn koninkrijk, omdat de Verzamelaar in mezelf zo’n niet-te-stuiten drang tot verzamelen heeft. Als kind verzamelde ik al monstertjes van de drogist en poëzieplaatjes. Na de Sissi-plaatjes-periode (als 8 jarige) begon ik op mijn tiende aan klassiek-ballet-plaatjes en toen ik op mijn 18e het ouderlijk huis verliet, liet ik een fantastische collectie foto’s en artikelen over de film West Side Story achter. Tegenwoordig heeft de Verzamelaar zich gestort op kookboeken en keukenspullen voor de Kok, symbolen voor de Sjamaan, prachtige opschrijfboekjes voor de Schrijfster en verder komt er een eindeloze stroom aan bijzondere doosjes, nog bruikbare pakpapiertjes, dvd’s en boeken, nieuwe en oude serviezen, lingerie, rood glaswerk, kerstversieringen, rozen en rozendingen, lege jampotten, schoenen en handtassen mijn huis binnen. Die Schatbewaarder zit duidelijk af en toe te slapen, of ze heeft geen zin om innerlijk ruzie te maken.

Maar de Schatbewaarder weet precies wat naar de vuilcontainer kan. Dus kwam ze even haar stem laten horen, terwijl de Verzamelaar mijn boodschappenmandje vulde met dingetjes waar ik als Koningin nu beschaamd naar keek. “Doe maar niet,” zei de Schatbewaarder, “laat maar hier. En neem de volgende keer een doos vol overbodigheid van thuis mee, die je in de winkel kunt achterlaten. De Verzamelaar sputterde nog een beetje tegen. “Ik kan het toch gewoon bij de andere dingen zetten. Het eet toch geen brood,” zei ze verongelijkt.

“Majesteit! Doe hier iets aan!” roept de Schatbewaarder, maar zo werkt het niet in mijn koninkrijk. Dat is jouw werk, zeg ik waardig. Ik heb jou aangesteld om mijn schatten te bewaren en af en toe moet je ook de Verzamelaar tot de orde roepen, want die is dan weer jouw dienaar, zo moet je dat zien. De Verzamelaar zoekt en graait en verzamelt en jij, Schatbewaarder kijkt wat we er mee doen. En als jij hebt zitten suffen, dan mag je het nu zelf oplossen.

Zo. Hiermee heeft de Koningin weer even iedereen zijn plaats gewezen. De Schatbewaarder is verantwoordelijk! Dus niks ‘het eet geen brood’! Ik weet nog dat mijn vader dat ook altijd zei. En ik weet nog hoe lang ik er over deed om zijn huis leeg te maken en te ontdoen van jaargangen tijdschriften, vette kruidenpotjes, doorslagen van ooit geschreven artikelen en ondraagbare kleren. En dat ik toen dacht: ik wil niet dat iemand later, als ik dood ben, mijn huis vol rotzooi moet opruimen…” Daarom heb ik een Schatbewaarder!

“Hm” zegt de Schatbewaarder. “Ik zou met liefde alle zooi in een vuilniszak proppen. Maar dan zie ik dat de Verzamelaar begint te huilen, dat de Kok meteen roept dat ik van de kookboeken moet afblijven en die rozenverzameling op de wc is eigenlijk best wel grappig, en tja… al die Sjamanendingen zijn wel heel erg mooi… Nou vooruit, dat dan wel. Maar onverbiddelijk volgens het principe dat als er iets bij komt er ook ergens iets af moet. Want ik wil eigenlijk alleen maar echte schatten bewaren.”

Dus ze waakt over de foto’s en oude dagboeken en de Zeeuwse granatenketting die ik van Jowie kreeg vlak voor ze stierf en het geschilderde portret van Mamma als achtjarige. Ook de boeken die Pappa geschreven heeft, hoewel ik die nooit lees. Ze heeft de doos met briefjes van mijn gestorven Geliefde onder haar hoede. Ze beheert het schilderij dat ik als verjaarscadeau van mijn Lief kreeg. Dat zijn bezittingen van grote emotionele waarde in tegenstelling tot plastic rozen en mooie steentjes– al zijn die natuurlijk wel heel leuk.

“Ja ja. Maar ik bepaal vooral wat nìet bewaard hoeft te worden,” zegt de Schatbewaarder. “Wat dacht u van uw verzameling mannen? Kunnen allemaal bij het grof vuil. Trouwens, ook sommige dromen vervagen, je hoeft niet alle dromen voor altijd te koesteren. De droom een groot filmster te worden is allang verdwenen.. en de ballerinadroom, die met een tutu? Die is ook al heel lang weg. Wij hebben allemaal wel dingen in ons leven die we eigenlijk niet nodig hebben, die opgeruimd kunnen worden. Angst voor het onbekende bijvoorbeeld. Verwrongen zelfbeeld of verslavingen. Energie zuigende vrienden, weg er mee. Woede over het verleden. Ontevredenheid. Dat kan allemaal naar het milieupark. Gedachtes aan ooit gemaakte vergissingen of fouten en vooral de bijbehorende schaamte- en schuldgevoelens: geen enkele reden om dat allemaal te bewaren. Net als het idee dat u moet voldoen aan de verwachtingen van anderen. Oh ja, verdriet: het is heel goed om het intens te voelen, maar je kunt er beter niet lekker middenin gaan zitten, want dan wordt het zelfmedelijden – en dat is bepaald geen schat.”

Ze kijkt me nu ernstig aan. “Weet u nog van die keer dat we besloten dat we ‘rancune’ niet meer nodig hadden? Dat hebben we verbrand en u bent er nu helemaal los van, dat voelt toch geweldig? Het gaat immers niet alleen om dat hamsteren van materiële zaken. Dat is misschien lastig als de kasten te klein worden. U doet er niemand kwaad mee, ook uzelf niet. Maar telkens weer naar uw collectie verdriet, schaamte, frustratie, woede en teleurstelling kijken…. Doe dat maar niet. Uitsluitend hele waardevolle dingen worden bewaard.”

Oh ja? Wat dan?

“We hebben nog een doosje inzichten, die moeten misschien wel openbaar gemaakt worden, omdat anderen er ook wat aan kunnen hebben. Als Schatbewaarder waak ik over het behoud van nieuwe dromen, die over schrijven en toneelspelen. Ik help vriendschappen te onderhouden. En de belangrijkste: ik hou strikt vast aan de overtuiging dat u een leven vol Liefde en Passie zult leiden, Majesteit.”

 

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. Mijn 13 onderdanen doen allemaal belangrijk werk, voor mij en mijn koninkrijk. Maar die ene, die eigenlijk alleen maar een hulpje is, die kan ’t me soms zo moeilijk maken!

De Verzamelaar en de Sjamaan.

Dat komt zo: jaren geleden, toen ik het Talentenspel van Willem Glaudemans net ontdekt had, ging ik een keer naar een tweedaagse workshop. Je kon je daar verdiepen in een van je Talenten waar je eigenlijk niet zo goed raad mee wist. Dat leek me een uitstekend plan, want omdat er nog wat archetypen in het spel misten, had ik de Wonderdoener gekozen, die het meeste leek op datgene waar ik naar zocht, maar ik kon niet goed met hem/haar overweg. (Ik klaagde bij mijn coach over het gemis aan vrouwelijke elementen en tot mijn grote vreugde zijn ze nu aan het spel toegevoegd – en heb ik ze dus nu ook in mijn koninkrijk!) Maar met die Wonderdoener moest ik het maar doen, indertijd.

Dus een workshop. We werden verzocht een kledingstuk mee te nemen om jezelf aan te kleden als degene die je tijdens de workshop wilde zijn. En als je nog meer kleren had, die toepasselijk zouden kunnen zijn…. ik nam dus een grote koffer toneelkleren mee en sloeg zelf zuchtend een stola om, want ik had geen idee hoe een Wonderdoener er uit zou moeten zien. Daar zaten we: 9 vrouwen en 1 mannelijke cursist en de workshop werd geleid door een man met een paarse puntmuts op.

Het werkte vreselijk op m’n lachspieren, al die mensen die zo serieus keken en zich allemaal verkleed hadden. En het duurde even voor ik me kon overgeven aan een meditatie. Om eerlijk te zijn: het werd dat weekend niks tussen die Wonderdoener en de Koningin, maar ik kon geen alternatief verzinnen. Aan het eind van de workshop kregen we het advies om een voorwerp te zoeken voor elke onderdaan als cadeau en uiting van dankbaarheid van de Koningin. En toen werd de Verzamelaar wakker.

“Ja ja, leuk! Ik heb al allerlei ideetjes. Mooie opschrijfboekjes voor de Schrijfster!” Eén dingetje, riep de Koningin nog vertwijfeld Ik heb voor iedereen maar één dingetje nodig! “Ja ja, ik hoor, u wel, Majesteit, maar kijk eens wat leuk: 3 opschrijfboekjes! Allemaal even mooi en bijzonder! Oh, en kijk eens, u krijgt ze ook van alle kanten cadeau. Nu hebben we er al 9!” En zo ging de Verzamelaar helemaal los. 102 Kookboeken voor De Kok. 85 Doosjes voor de Schatbewaarder. 3 paar Tapdansschoenen voor de Danseres. 14 Shakespeare verfilmingen voor de Toneelspeler. 4 sets Tarotkaarten voor de Heelmeester. 62 Musicals voor de Leermeester. Ik droeg een zakmes bij me ter ere van de Strijder en zakdoeken om me te kunnen blijven Verzoenen met alles wat me eigenlijk ongelukkig maakte. Ik plakte een smiley op m’n werkcomputer voor de Nar in mij. Ik kocht een nieuw rugzakje voor de Zwerver. En de Wonderdoener kreeg een enorme, beetje uit de hand gelopen, verzameling rozen.Dat is zo’n verzameling waar iedereen een beetje om moet lachen.

Maar voor de Sjamaan…

Verschillende soorten Stenen.

Allerlei Schelpen

.

Planten.

Een trommel.  

Vogelschedeltjes en klauwtjes.

En Veren, heel veel veren.

Inderdaad. Ik hield een hoeveelheid wonderlijke voorwerpen over aan die workshop. Bovendien voor onderdanen die nu met pensioen zijn of ontslagen omdat ze overbodig zijn geworden of ingeruild voor een beter-bij-dit-koninkrijk-passend vrouwelijk equivalent. Maar ach, zoals de Verzamelaar altijd zegt: “zo’n verzameling eet geen brood…”

“De verzameling voorwerpen voor de Sjamaan is de mooiste,” vindt de Verzamelaar.

Dat vind ik, de Koningin, ook. Ze liggen daarom overal in huis verspreid.

 

Ik ben de koningin van mijn innerlijke koninkrijk. En ik regeer over mijn 13 onderdanen. Maar, zoals alles in het leven, ook mijn koninkrijk verandert voortdurend van samenstelling. Onderdanen komen en gaan, om de zoveel tijd wil ik graag in een algemene vergadering controleren wie ongelukkig is en meer aandacht nodig heeft, en wie overbodig is geworden en vervangen moet worden. Maar eentje was er altijd al, zolang ik me kan herinneren.

De Schrijfster.

Want ik leerde lezen en schrijven van mijn vader toen ik 4 was en al heel snel wilde ik zelf een boek schrijven. Mijn vader stelde voor dat ik met een schriftje zou beginnen, zo’n half schriftje met handige lijntjes waar de lettertjes tussen moesten passen. Het lukte niet best. Het verhaal wilde niet vlotten omdat het schrijven zo moeizaam ging. Later met opstellen ging het beter, maar dan kreeg ik altijd op mijn donder omdat ik zo slordig schreef: ik kon foutloos spellen, maar mijn letters dansten alle kanten op. Nog later typte ik moeizaam met 2 vingers op de oude Underwood van mijn moeder. Toen stonden de lettertjes wel recht, maar mijn verhalen werden er niet beter op. Ik durfde namelijk niet goed. Tenslotte liet ik het los, dat hele idee van een boek. Ik ging allerlei andere dingen doen en mijn schrijfbehoefte vertaalde zich in vergadernotulen. Maar uiteindelijk schreef ik een studieboek voor aankomende jazzdansdocenten, een praktisch en handzaam boekje. Hèhè, taak volbracht. Of toch niet echt..

studieboek

Misschien moet er iets buitengewoon heftigs in je leven gebeuren om je eigen roer om te kunnen gooien. Om iets te gaan doen wat je daarvoor niet voor mogelijk had gehouden. Ik wilde 13 jaar geleden als kersverse weduwe het toneel weer op. Dus schreef ik me in voor een amateur-monologen-festival, om te oefenen. Probleempje: ik had geen tekst, kon ook niet zo snel iets vinden en besloot om het zelf even te schrijven. Hoppa. Mijn innerlijke Toneelspeler won meteen de publieksprijs. En de Schrijfster bleef schrijven, net als mijn oude vriendin.

Is de Schrijfster eigenlijk een Vertelster?

De Schrijfster vindt dat een lastige vraag. “Eeh..” zegt ze aarzelend. En dan, opeens zeker van zichzelf: “Ja, soms. Soms schrijft ik iets omdat ik wat te vertellen heb. Maar soms ook niet. Dan schrijf ik gewoon omdat ik het leuk vind, dan gaat ’t allemaal niet zo diep. Dan gaat ’t over daten of verliefdheid of lekker eten. Maar die 2 toneelstukken over dementie, ja, daarmee wilde ik wel wat zeggen. En dat stuk over een zoon met z’n moeder ook. En soms mislukt het. Dan heb ik een belangrijk onderwerp in mijn hoofd en uiteindelijk staat dat niet op papier….”

En dan?

“Dan schrijf ik een tijdje niet, want dan komt Mevrouw Harde-ZelfKritiek op bezoek. Als ik die heb weggewerkt, begin ik weer.”

Eindelijk dat boek?

De Schrijfster kijkt op van haar toetsenbord, waarvan de lettertjes zijn afgesleten omdat haar nagels te lang zijn. “Nee”, zegt ze, “geen roman. Dat ben ik zeker al 30 keer begonnen en steeds alles weggegooid. Kortere stukjes, columns, dat ligt me beter. Verhalen over dingen die me bezig houden. Korte monologen voor de Toneelspeler of voor vrienden. Toneelstukken, maar niet met te veel personages, want dan vertroebelen mijn dialogen. Oh ja, fijn begin van de dag: elke ochtend 2 of 3 bladzijden met de hand, dagboek aantekeningen..”

En af en toe een gedicht, zoals in het boekje TWAALF met foto’s van m’n Lief.

 

FEBRUARI

 

Ik volg mijn eigen spoor

door het sneeuwlandschap

Zoals vroeger

stap ik elke dag weer in dezelfde kuil

Omdat ik niet kijk waar ik ga

maar verlangend zoek

naar onzichtbare reeën

naar flarden van dichtregels

naar de reden waarom ik hier ben

 

Tot de honden

uit de mist tevoorschijn springen

uit hun eigen hemel waarin ze verdwenen waren

en nu willen ze graag een koekje

 

 

In mij woont een gelukkige schrijfster.

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke koninkrijk. De absolute alleenheerseres over mijn 13 onderdanen. Toen ik echter mijn koninkrijk voor het eerst betrad, liep mijn vader daar rond, nieuwsgierig controlerend of ik alles wel goed had gedaan. Ik vond dat even leuk, maar ik kreeg toch snel in de gaten, dat dit in het geheel niet de bedoeling is. Het is mijn koninkrijk, dus mijn vader moet zich buiten mijn landsgrenzen bevinden. “Ga weg, Pappa”, zei ik streng. En met zo’n dreigende uitgestrekte arm en puntige vinger wees ik waar hij heen moest. Ik zag hem door een weiland sjokken en over een sloot klimmen en daar stond hij tenslotte aan de andere kant een beetje beteuterd naar me te kijken. Ik stond aan mijn kant van die sloot tegenover hem. “Ik heb er niks aan, als jij me in de weg loopt,” zei ik. “Jij bent de koning van je eigen Koninkrijk. En ik ben de baas in het mijne. Bovendien ben je dood, je kunt geen invloed op me uitoefenen.” “Schatje nou toch” zei de oude vrouw naast me.

De Sjamaan.

Mijn innerlijke Sjamaan is een wijze vrouw. Een oude, gerimpelde, rustige versie van mezelf. Zij is de bodem van mijn bestaan, de bron van mijn normen en waarden. Zij is psycholoog, bomenfluisteraar, kruidenvrouwtje, heks, dierenvriend, genezeres en analyticus tegelijk. Ze heeft bovenal het Leven lief. Het volledige leven. Dus ook de Dood. Ze dient mij, door me dat leven te tonen, de bezieling te laten voelen, het sterven te leren aanvaarden en vertrouwen te hebben in de toekomst. Ze legt verbanden tussen hier en daar, tussen lichaam en ziel, tussen licht en schaduw, tussen hemel en aarde. Het ene bestaat immers niet zonder het andere. Ik ken mijn eigen donkere spelonken omdat ik ze samen mijn Sjamaan zonder angst heb onderzocht. Zo kan ik intenser genieten van mijn zonzijde.

“Of je vader nou dood is of niet, heeft er niks mee te maken. Je bent wie je bent mede dankzij hem. Een deel van zijn genen zit in jou. Hij heeft je opgevoed, in Nederland in een grote stad. Dat zijn al 2 componenten die je geluk als volwassene later bepalen. Dus in zoverre heeft hij invloed. Hij is altijd een beetje in jou”. Mijn vader geloofde niet in hemel of hel. Ik respecteer dat en ga er van uit dat hij daar dus niet is. Dat hij dan wel in mij is, vind ik een troostrijke gedachte.

De stoffelijke resten van mijn vader staan in mijn tuin: zijn urn. Zijn bronzen portret, gemaakt door mijn broer, op de urn. In gezelschap van het portret van mijn moeder en mijn 13 jaar geleden overleden Geliefde. Mooi sereen plekje in de tuin, beetje overwoekerd door slecht in toom gehouden planten. Fijne plek om af en toe te mediteren. Veel van de gedachten van mijn vader staan in mijn boekenkast: een klein rijtje wetenschappelijke werken, een paar gedichtenbundels. De rest is in het Instituut voor Sociale Geschiedenis, daar heeft hij zijn eigen plankje. En dan zijn er nog wat foto’s.

Maar in mijn hoofd hoor ik hem nog altijd dingen tegen me zeggen. Ik zie flitsen van wandelingen en poffertjes eten, maar ook van ruzies, geschreeuw, gevloek en slaande deuren. Ik herinner me het gezeur over afwezige kleinkinderen nog heel goed, net als de heerlijke discussies over poëzie en films. Ik weet nog dat ik bij hem in bad zat, ik voel ook de stop in het afvoerputje in mijn billen prikken. En ik herinner me dat ik aan zijn sterfbed zat en dat zijn laatste woorden waren: dag HannaH.

“Heel mooi” zegt de Sjamaan. “Hij zit in jou, jij hebt de herinneringen, maar hij bepaalt niet jouw leven. Jij bent de Koningin. Het is jouw koninkrijk.”

Ik weet ‘t, ik weet ‘t. Zeg, Sjamaan, zullen we samen kijken of er nog meer Dode of Levende gasten in mijn koninkrijk rondlopen? Die stiekem proberen mee te regeren? Ik laat allerlei mensen in gedachten langs me heen defileren. Rijen vrienden. Ex-mannen. Familie. Collega’s. Leidinggevenden. Sommigen zijn overleden, anderen op een andere manier uit mijn leven verdwenen en een heleboel zijn nog steeds dierbaar dichtbij. Ik zie ze langs me heen lopen en ze gaan allemaal naar hun eigen koninkrijk, zelfs die ene die zo graag macht wil uitoefenen: niet in mijn gebied! Maar ze hebben wel ooit invloed gehad. Ze brachten verdriet en vreugde, vertrouwen en bedrog, ik leerde van ze hoe het moet en hoe het juist niet moet. Dat maakt het leven van nu juist zo mooi en vol. “Zo is het” zegt de Sjamaan. “Omein”.

In de schemer zie ik de herten door het open veld naar de bosrand lopen. Ik hoor de buizerd schreeuwen. De kamperfoelie geurt en de teunisbloemen zijn op hun mooist. Aan de wolkenloze hemel verschijnen de eerste sterren.

 

Ik ben de Koningin van mijn innerlijke Koninkrijk. Maar soms hoor ik iemand praten in mijn hoofd, waarvan ik denk: hee, wat doet die nou hier? Wanneer heb ik jou aangenomen? Ik had bijvoorbeeld erg lang last van een hinderlijk oud mannetje, die voortdurend opdook om mij te beïnvloeden. Mannetje Schuldgevoel. Het is allemaal mijn eigen schuld! Ik heb ’t weer helemaal verkeerd gedaan, sorry, mijn schuld. Volgens de coach, met wie ik mijn talenten / onderdanen / dienaren heb uitgezocht en gevonden, is zo’n mannetje een vervorming van een positief talent. Waarschijnlijk een talent, dat boos is. Omdat hij niet gehoord en gezien wordt. Een heel plausibele verklaring, kwestie van op zoek gaan in mijn koninkrijk om de ongelukkige te vinden.

Gisteren morste ik een kloddertje mosterd op mijn vers gewassen en gestreken linnen zomerjurk en hoorde in mijn hoofd: “je bent het ook niet waard hè, zulke mooie kleren”. Waar komt dat nou opeens vandaan?

Juffrouw Gebrek-aan-Eigenwaarde.

Nee, nou niet meteen zeggen: dat komt van je moeder. Eigenlijk kan ik me zulk soort opmerkingen van mijn moeder totaal niet herinneren. Ook niet van mijn vader. Integendeel, ik ben opgevoed met het idee dat ik zo veel talenten heb dat ik in het leven alle kanten op kan. In een flits zie ik 2 onderwijzeressen op school. Die ene die me maandenlang op de koude onverwarmde gang zette, tot ze in overspannen toestand naar huis werd gestuurd. Die andere die altijd moest zuchten als ik een vraag stelde en opmerkingen maakte als: daar heb je haar weer. Ik zie ook mijn balletleraar die mij consequent oversloeg als hij langsliep om te corrigeren en dat was niet omdat ik alles zo foutloos uitvoerde. Ik denk aan een echtgenoot die me dik en lelijk noemde – en me ontoerekeningsvatbaar verklaarde toen ik van hem wilde scheiden….. Nee, allemaal geen bijdragen voor zelfvertrouwen.

Maar hallo, dat is toch heeeeeeel lang geleden allemaal. Daar ben ik echt wel overheen gegroeid. Trouwens, na die ene echtgenoot volgden nog andere relaties en die heren vonden me niet dik en lelijk, dus ook daar kan ik toch nauwelijks nog last van hebben. Wie is het dan nu, in mij?

Een boze Danseres, omdat ze met pensioen is gestuurd? Ik denk het niet, ze heeft voldoende realiteitszin om te beseffen dat haar dansdagen echt voorbij zijn. Een verontwaardigde Leermeester? Nee, niet logisch. Ook niet mijn Nar, die zegt dat soort dingen niet. Het is iemand in mij, die wat minder aan bod komt dan vroeger. Die verlangt naar bevestiging en daar zelfvertrouwen uit haalt. Oeps… ik weet ‘t.

De Minnares.

“Weet je wel hoe oud je bent?” hoor ik de Nar roepen. Ja ja, maar meisjes, het verlangen gaat niet helemaal weg hoor, na de overgang. Het is niet meer zo druk en heftig als in de jaren ’60 en ’70 en ook niet meer zo veel en vaak als in de jaren daarna, maar het is niet totaal verdwenen! Iedereen wil zich geliefd weten en bemind worden, ongeacht leeftijd. Maar ik, de Koningin, moet er voor waken dat ik beminnen koppel aan zelfvertrouwen. Het is immers niet zo, dat ik alleen maar wat waard ben als ik jong en sexy ben! Beminnen is een onderdeel van liefhebben.

En daar ben ik toevallig heel erg goed in, in liefhebben. Daarom is de Geliefde een groot en duidelijk talent in mij, en de Minnares is daar een onderdeeltje van.

En terwijl ik dit opschrijf zie ik Juffrouw-Gebrek-aan-Eigenwaarde veranderen in een prachtige vrouw, energiek en opgewekt, die rechtop loopt met af en toe een danspas er tussen. Ze spreidt haar armen om de Liefde toe te laten en ze omarmd al haar vrienden en vriendinnen. En bovenal haar Lief, want ze is in de eerste plaats zijn Geliefde.